geschiedenis stichting socrates





OVER DE STICHTING SOCRATES IN
DE CONGRESVERSLAGEN VAN HET
HUMANISTISCH VERBOND
1950-1990



1950

Op deze plaats moge ook melding gemaakt worden van de stichting Socrates, door het hoofdbestuur [van het Humanistisch Verbond] in het leven geroepen ter bevordering van cultuur en wetenschap, in het bijzonder met betrekking tot het humanisme. Een der bemoeienissen van deze stichting is het bevorderen van bijzondere leerstoelen op de genoemde grondslag. Tot dit doel is een curatorium ingesteld, bestaande uit de heren prof. dr. C.D.J. Brandt, prof. dr. H.W.F. Brugmans, prof. mr. H.R. Hoetink, prof. mr. R. Kranenburg, en dr. G. Stuiveling. Ook overigens stelt het hoofdbestuur zich voor van deze stichting gebruik te maken voor het leggen van de grondslagen voor een brede cultureel wetenschappelijke activiteit met betrekking tot de humanistische problemen.

1951

Plannen werden voorbereid om in het kader van deze stichting te komen tot een brede en diepgaande behandeling van de humanistische problemen.

De stichting Socrates werd bij Koninklijk Besluit bevoegd verklaard om bij de afdeling der algemene wetenschappen van de Technische Hogeschool te Delft een bijzondere leerstoel te vestigen in de wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levens- en wereldbeschouwing. Plannen werden voorbereid om in het kader van deze stichting te komen tot een brede en diepgaande behandeling van de humanistische problemen.

1952

Het stemt tot voldoening, dat het humanisme nu ook officieel het wetenschappelijk leven is binnen getreden.

In het jaarverslag 1952 [van de stichting Socrates] kon reeds worden medegedeeld, dat deze stichting bevoegd werd verklaard om bij de afdeling der algemene wetenschappen van de Technische Hogeschool te Delft een bijzondere leerstoel te vestigen in de wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levens- en wereldbeschouwing.
Het bestuur der stichting benoemde met instemming van het curatorium voor het bekleden van deze leerstoel tot bijzonder hoogleraar, Dr. L.G. van der Wal, die op 24 September onder grote belangstelling zijn ambt aanvaardde. Het stemt tot voldoening, dat het humanisme nu ook officieel het wetenschappelijk leven is binnen getreden.
De wetenschappelijke sectie van deze stichting organiseerde op 6 April een landdag, waar Dr. J.P. van Praag sprak over: ‘complementaire begrippen in het denken over de mens’. In Amsterdam werd een studiekring voorbereid.
Het valt te betreuren dat de stichting Socrates in en buiten het Verbond nog weinig weerklank vindt. Het aantal donateurs en contribuanten is nog te gering om arbeid van enige omvang te kunnen ontwikkelen. Men mag niet aannemen, dat juist dit onderdeel der werkzaamheden, de wetenschappelijke doordenking van de humanistische ideeënwereld, de belangstelling der betrokkenen niet zou hebben. Dit verslag dient dus mede om hun aandacht op deze tak van activiteit te vestigen.

1953

De bijzondere leerstoel, bij de Technische Hoge School te Delft, bekleed door Prof. dr. L.G. van der Wal, bleek reeds dit eerste jaar een plaats van betekenis in te nemen.
Overigens kon ‘Socrates’ niet in de gewenste omvang tot ontplooiing komen, voornamelijk doordat de daarvoor nodige werkkracht aan het centrale verbondswerk moest worden onttrokken, terwijl ook de steun van belangstellenden in onvoldoende mate werd verkregen.
Verwacht mag worden, dat door de benoeming van Ing. J.B. Max tot (onbezoldigd) directeur en F.P. Huygens tot secretaris, de Stichting de opleving zal vertonen, die zij in het belang van het gehele Verbond behoeft. Deze verwachting kan slechts worden gerealiseerd, wanneer ieder van wie enige bijdrage in, c.q. belangstelling voor de wetenschappelijke arbeid kan worden verwacht, deze arbeid ook daadwerkelijk steunt[,] in de eerste plaats door zich te melden als donateur of contribuant.
Een reeds lang gevoelde behoefte werd vervuld door het besluit om met ingang van 1954 over te gaan tot de uitgave van een driemaandelijks meer wetenschappelijk georiënteerd tijdschrift ‘Rekenschap’, waarvan de redactie wordt gevormd door: prof. dr. L.G. van der Wal (voorzitter), prof. mr. H.R. Hoetink, H. Redeker, dr. B.W. Schaper, prof. dr. G. Stuiveling en F.P. Huygens, terwijl dr. J.P. van Praag als gedelegeerd bestuurslid optreedt.

1954

Verdere versterking van de financiële positie van de Stichting blijft echter dringend gewenst.

De in het vorige jaarverslag uitgesproken verwachting, dat de Humanistische Stichting Socrates in 1954 tot een opleving zou komen, is tot werkelijkheid geworden. In dit verband verdient het werk van de Directeur B.J. Max alle lof. Het verschijnen van de eerste jaargang van het tijdschrift ‘Rekenschap’ voorziet in een lang gevoelde behoefte. Deze jaargang bracht een aantal belangrijke beschouwingen op wetenschappelijk niveau, die de bezinning op de problemen van het humanisme in ruimere kring ten zeerste zullen kunnen stimuleren. Het aantal abonnees bleef nog beneden de gestelde verwachtingen, doch aangenomen mag worden, dat het zich nog verder zal ontwikkelen. Helaas zag H. Redeker zich genoodzaakt wegens tijdsgebrek uit de redactie te treden.
De bijzondere leerstoel aan de Technische Hogeschool te Delft wordt bekleed door Prof. Dr. L.G. van der Wal, die ook in het studiejaar 1953 - 1954 voor een belangstellend gehoor zijn colleges gaf.
De Wetenschappelijke Sectie van de Stichting hield op 24 October zijn tweede landdag, die druk bezocht werd en waarop Prof. Dr. L.G. van der Wal en H. Redeker inleidden over het onderwerp ‘Overtuiging en objectiviteit’.
De Humanistische Zomerschool 1954 was gewijd aan het onderwerp ‘Ontmoeting der Levensovertuigingen’, en werd van 1 - 7 Augustus gehouden te Amersfoort onder leiding van D. d’ Angremond. Er waren ruim 70 deelnemers. Dr. H. Faber, Dr. A.L. Constandse, Dr. B.M.I. Delfgauw, Prof. Dr. J.H. Bavinck en Dr. J.P. van Praag spraken over respectievelijk Vrijzinnig Christendom, Scepticisme, Rooms-Katholicisme, Protestantisme, en Humanisme.
Het aantal contribuanten van de Stichting steeg van 87 tot 136, het aantal donateurs van het Leerstoelfonds van 38 tot 90. De stijging van het aantal donateurs werd voornamelijk bereikt door een schriftelijk beroep van de secretaris van het Curatorium voor de Leerstoelen en de directeur van de Stichting op een aantal academisch gevormde leden van het Humanistisch Verbond. Verdere versterking van de financiële positie van de Stichting blijft echter dringend gewenst.

1955

‘kolleges in filosofische problematiek en in etiek'

Het werk van de humanistische stichting Socrates bleef zich in 1955 ontwikkelen. Het aantal kontribuanten en donateurs steeg langzaam: de financiële positie van de stichting bleef zorgelijk.
Dit laatste werd voornamelijk veroorzaakt, doordat het aantal abonnementen op het tijdschrift ‘Rekenschap’, hoewel toenemende, toch nog aanzienlijk lager bleef dan voor een sluitende exploitatie nodig is. Van ‘Rekenschap’ verschenen drie nummers, waarvan de twee laatste echter 72, resp. 76 bladzijden telden. Daarbij komt, dat het eerste nummer van de jaargang 1956 in verband met het tienjarig bestaan van het H.V. een aanmerkelijk grotere omvang zal hebben dan een normaal nummer. In de redaktie kwam geen wijziging.
Aan de Technische Hogeschool te Delft gaf Prof. Dr. L.G. van der Wal, als door de Hum. Stichting Socrates aangewezen bijzonder hoogleraar, kolleges in filosofische problematiek en in etiek.
Een derde landdag van de Hum. Stichting Socrates werd op 23 october 1955 gehouden te Amersfoort. Deze landdag, aangekondigd als Diskussiedag voor Kunstenaars, verheugde zich in ruime belangstelling van de zijde van de hiertoe uitgenodigde kunstenaars. Mevr. Hella S. Haasse hield een inleiding over het onderwerp: ‘De kunstenaar in het luchtledig’, terwijl J. Bruijn en Dr. J.P. van Praag als co-referenten optraden. Uit de op de referaten volgende diskussie bleek dat de aanwezige kunstenaars deze mogelijkheid tot onderling kontakt op hoge prijs stelden.
De Humanistische Zomerschool 1955 werd eveneens in Amersfoort gehouden, en onder leiding van D. d’ Angremond werd het onderwerp ‘De humanistische visie op de sociale gerechtigheid’ behandeld door Dr. B.W. Schaper (Sociale gerechtigheid in internationaal verband), Mr. Dr. J. In ’t Veld (De idee der sociale gerechtigheid), Mr. A. Stempels (Sociale gerechtigheid en politieke verscheidenheid) en Dr. A.L. Constandse (Sociale gerechtigheid en persoonlijke ontplooiing). Het aantal deelnemers was kleiner dan in 1954, waardoor echter het onderlinge kontakt wel beter was. Ook was het een grote verbetering, dat de leider van de zomerschool gesekundeerd werd door een zakelijk leidster, Mevrouw T. Max-Nijman.
Helaas was het in 1955 nog niet mogelijk om uitvoering te geven aan de plannen voor het tot stand doen komen van plaatselijke (of regionale) groepen van kontribuanten en donateurs van de stichting. Wel werden enige voorbereidingen daartoe verricht. Ook de wens naar een propagandafolder voor de stichting en haar tijdschrift ‘Rekenschap’, waardoor meer bekendheid aan de aktiviteiten van de stichting zou kunnen worden gegeven, bleef nog onvervuld.

1956

De Humanistische Stichting Socrates zag zich in 1956 door de dood ontvallen Prof. Mr. Dr. W.G. Vegting, lid van de Raad van Advies voor de Wetenschappelijke Sectie, en Prof. Mr. R. Kranenburg, lid van het Curatorium voor de Leerstoelen.
Ir. F.C. de Boer werd bereid gevonden het directeurschap over te nemen, dat B.J. Max na zijn benoeming tot secretaris van het Verbond nog was blijven waarnemen. Prof. dr. H. Freudenthal trad toe tot de redactie van ‘Rekenschap’.
Hoewel ook in 1956 zich het werk van de stichting ontwikkelde, en het aantal donateurs en contribuanten toenam, en ook het aantal abonnees op ‘Rekenschap’ de 400 overschreed, bleef de financiële situatie nog zeer zorgelijk, zodat de beheerscommissie besloot zowel voor het tijdschrift als voor de stichting zelf een propaganda-actie op touw te zetten. Voor de eerste werd de medewerking van de gemeenschappen ingeroepen, ten behoeve van de laatste werd een folder ontworpen. Hopelijk zullen in 1957 de resultaten van deze acties merkbaar worden.
‘Rekenschap’, dat allerwegen (ook buiten de humanistische kringen) veel waardering ondervindt, zal ongeveer 300 abonnees meer moeten hebben dan thans het geval is, om bij de huidige abonnementsprijs een sluitende exploitatie te kunnen opleveren, waarbij dan nog niet gerekend is op de toch wel te verwachten stijging van druk- en verzendkosten.
Ook in 1956 gaf Prof. Dr. Libbe van der Wal aan de Technische Hogeschool te Delft onderwijs in de wijsbegeerte in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levens- en wereldbeschouwing, als door de Humanistische Stichting Socrates aangewezen bijzonder hoogleraar.
Voor het eerst in dit jaar gelukte het de Stichting om - zoals reeds enige jaren in het voornemen lag - twee landdagen te houden, de ene met een meer wetenschappelijk, de andere met een meer cultureel onderwerp. Beide landdagen werden gehouden in Amersfoort in het gebouw van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Op 27 mei spraken Prof. Dr. L. de Coninck uit Gent en Prof. Dr. J.M. Minnaert uit Utrecht over ‘Wetenschap en Wereldbeeld’, en op 4 november spraken Dr. J.C. Brandt Corstius en Mr. H.B.J. Waslander over ‘De Humanist en het Openbare Onderwijs’. Bij beide landdagen waren zeer veel belangstellenden aanwezig.
De Humanistische Zomerschool 1956 had als onderwerp: ‘Humanisme en Kunst’, dat ingeleid werd dor Prof. Dr. G. Stuiveling, Dr. A. Saalborn, W. Jos. de Gruyter, en Drs. H. Redeker. Het aantal deelnemers bedroeg ruim 40. De leiding was weer in de beproefde handen van D’ Angremond (algemene leiding) en Mevr. T. Max-Nijman (zakelijke leiding).
In onderzoek is in hoeverre de Humanistische Stichting Socrates naast de taken, die zij reeds vervult, ook stimulerend werkzaam zou kunnen worden ter zake van meer fundamenteel onderzoek met betrekking tot de humanistische beginselen en opvattingen.

1957

Nochtans moet het feit van het bestaan van een wetenschappelijk en cultureel tijdschrift als ‘Rekenschap’ zo belangrijk geacht worden, dat een exploitatietekort aanvaardbaar is.

Het werk van de Humanistische Stichting Socrates, die zich wijdt aan de bevordering van wetenschap en cultuur, in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levensovertuiging, bleef zich ontwikkelen. Van groot belang moet in dit opzicht geacht worden, dat voorbereidingen getroffen werden tot de installatie van nieuwe raden van advies voor de wetenschappelijke en voor de culturele sectie, die door het uitstippelen van de grote lijnen van het werk van de stichting waardevolle aanwijzingen zullen kunnen geven.
In de vacature in het Curatorium voor de Leerstoelen, ontstaan door het overlijden van Prof. Mr. R. Kranenburg, werd nog niet voorzien. De redactie van ‘Rekenschap’ moest tegen het einde van 1957 afscheid nemen van Prof. Mr. Dr. H.R. Hoetink, die wegens andere werkzaamheden niet langer zijn tijd aan het redactiewerk kon geven. Prof. Dr. Libbe van der Wal gaf ook in 1957 regelmatig onderwijs in de wijsbegeerte aan de Technische Hogeschool te Delft, als bijzonder hoogleraar aangewezen door de Stichting.
Naast de Zomerschool 1957, die gewijd was aan het onderwerp ‘Humanistische Vormgeving aan het Leven’ (aantal deelnemers 59), organiseerde de Stichting twee conferenties. Op 18 en 19 mei werd een conferentie gewijd aan de onderwerpen van het internationale congres te Londen (Levensovertuiging, Persoonlijk Leven, Sociaal Leven, Organisatie). Het aantal deelnemers was niet groot, 39, hetgeen wellicht zijn oorzaak vond in het feit, dat in afwijking van de traditie bij de Stichting Socrates gehouden werd. Op de najaarsconferentie [...] [op] 8 december [...] sprak Prof. Dr. G. Stuiveling over ‘Kunst, Kritiek, Moraal’ (aantal deelnemers 107).
De financiële resultaten van de uitgave van ‘Rekenschap’ bleven ernstige zorgen baren. Hoewel het aantal abonnementen toenam, was dit onvoldoende om de stijging van de kosten te compenseren, zodat het nadelige exploitatiesaldo over 1957 nog wat ongunstiger was dan over 1956. Nochtans moet het feit van het bestaan van een wetenschappelijk en cultureel tijdschrift als ‘Rekenschap’ zo belangrijk geacht worden, dat een exploitatietekort aanvaardbaar is, zij het dat de uiterste zuinigheid, voor zover die het karakter van het tijdschrift niet aantast, geboden blijft, en anderzijds dat verdere uitbreiding van de lezerskring alle aandacht vraagt.

1958

De Humanistische Stichting Socrates zag in 1958 een oude wens in vervulling gaan, n.l. de instelling van aktieve raden van advies voor de wetenschappelijke en de culturele sectie. Op 15 februari 1958 werden deze raden door de voorzitter van het stichtingsbestuur geïnstalleerd. De Raad van Advies voor de Wetenschappelijke Sectie bestaat uit: Prof. Dr. Stuiveling (voorz.), Prof. Dr. Libbe van der Wal (2e voorz.), Prof. Dr. J. de Boer, Dr. A. Daan, Prof. Dr. J.J. Fahenfort, Prof. Dr. H. Freudenthal, Prof. Dr. T.T. ten Have, Ir. Ernst Hijmans, Prof. A. Kruidhof, Prof. Dr. D. Loenen, Mr. A. Mout, Ph. van Praag, Dr. C. van Rijsinge en Dr. B.W. Schaper. De Raad van Advies voor de Culturele Sectie wordt gevormd door: Prof. Dr. Libbe van der Wal (voorz.), Prof. Dr. G. Stuiveling (2e voorz.), Mevr. Anna Blaman, J. Bruyn, Mevr. Hella Haasse, M.H. Flothuis, Jr. H.M.C. Herbers, F.P. Huygens, Johan de Meester, C. Th. Rietveld, Dr. Arn. Saalborn, Dr. J.W. Schulte Nordholt, Mr. A. Stempels en J. Weiland.
In de Redaktie van ‘Rekenschap’ werd de open plaats, ontstaan door het bedanken van Prof. Mr. H.R. Hoetink, nog niet vervuld. ‘Rekenschap’ begint ook buiten de engere kring van geestverwanten thans meer bekendheid te krijgen, en het geniet daar ook veel waardering. Nochtans kwam deze waardering nog niet tot uitdrukking in een vergroting van het aantal abonnees, zodat ook dit jaar nog een niet onaanzienlijk exploitatietekort optrad.
In Delft gaf Prof. Dr. Libbe van der Wal weer regelmatig onderwijs in de wijsbegeerte aan de Technische Hogeschool, onder auspiciën van de Hum. Stichting Socrates. Het curatorium voor de Leerstoelen werd in 1958 gevormd door Prof. Mr. HR. Hoetink (voorz.), Prof. Dr. C.D.J. Brandt, Prof. Dr. H.J.F.W. Brugmans, Prof. Dr. G. Stuiveling en Prof. Dr. C.F.P. Stutterheim.
De Zomerschool 1958 werd door ruim veertig deelnemers bezocht, die onder leiding van drs. J.H.P. Colpa het onderwerp ‘Mens en Medemens’ behandelden, ingeleid door P.A. Pols, Mevr. A.J. Groenman-Deinum, A.J. Wevers en Dr. A.J. Constandse. Mevr. P.M. van den Berg verzorgde de huishoudelijke leiding.
Naast de Zomerschool organiseerde de Stichting nog twee landdagen, die beide zeer succesvol waren, namelijk op 11 mei, waar Prof. Dr. T.T. ten Have sprak over ‘Psychologie en Humanistisch Mensbeeld’ (ca. 100 deelnemers) en op 2 november, waar Anna Blaman en Paul Citroen over het ‘Mensbeeld in de Hedendaagse Kunst’ spraken (ca. 150 deelnemers).

1959

Tot directeur van de Humanistische Stichting Socrates werd in februari van het verslagjaar D.T. Winter benoemd. Deze volgde als zodanig Ir. F.C. de Boer op, die in verband met zijn beroepswerkzaamheden zich gedwongen zag af te treden, nadat hij twee en een half jaar zijn tijd en energie aan de Stichting gegeven had.
De Raden van Advies voor de Wetenschappelijke en de Culturele Sectie kwamen op 21 februari en op 3 oktober bijeen.
In de redactie van ‘Rekenschap’ werd Prof. Mr. A.D. Belinfante benoemd in de vacature die ontstaan was door het bedanken van Prof. Mr. H.R. Hoetink.
Het abonnementental van ‘Rekenschap’ stijgt langzaam.
Aan de Technische Hogeschool te Delft gaf Prof. Dr. L.G. van der Wal ook dit jaar regelmatig college in de wijsbegeerte, onder auspiciën van de Stichting.
De Zomerscholen werden in de laatste jaren minder goed bezocht dan vroeger het geval was. Het aantal deelnemers was ook dit jaar tussen de 40 en 50. Onder leiding van Drs. J.H.P. Colpa werd door Prof. Dr. L.G. van der Wal, Prof. Dr. G. Stuiveling, P.N. Kruyswijk en Dr. S.J. Bouma ‘Kernproblemen van het Humanisme’ behandeld. Mevrouw Van Eck zorgde voor de huishoudelijke leiding.
De traditionele voor- en najaarslanddagen werden dit jaar op 24 mei en 15 november gehouden. Op de voorjaarslanddag sprak Prof. Dr. S. Hofstra over ‘Verborgen Verleiders’; op de najaarslanddag werd Darwin herdacht met inleidingen van Prof. Dr. E.J. Slijper en Dr. O. Noordenbos.
In samenwerking met de Studenten Vereniging op Humanistische Grondslag (S.V.H.G.) organiseerde de Stichting op 22 maart een conferentie over ‘Bevolkingsproblemen in Nederland’, waar Prof. Dr. J.J. Fahrenfort en Drs. J. Griep de inleidingen hielden.

1960

Naast de Raden van Advies voor de Wetenschappelijke Sectie en voor de Culturele Sectie werd een Raad voor Advies voor de Sociaal-Pedagogische Sectie ingesteld, die op 1 oktober 1960 door de voorzitter van het stichtingsbestuur, Dr. J.P. van Praag, geïnstalleerd werd. Voorzitter van deze Raad van Advies is Drs. Ph. van Praag. De andere Raden van Advies kwamen op27 februari en op 15 oktober bijeen.
Prof. Dr. G. Stuiveling en Prof. Dr. T.T. ten Have trokken zich uit de redactie van ‘Rekenschap’ en hun overige functies in de stichting terug, een en ander in verband met een publicatie waarin het optreden van Prof. Stuiveling in opspraak werd gebracht. De redactie heeft in ‘Rekenschap’ de hoop uitgesproken, dat Prof. Stuivelings zelfopgelegde afzijdigheid slechts van korte duur zal zijn.
Onder auspiciën van de stichting gaf Prof. Dr. Libbe van der Wal weer regelmatig college in de wijsbegeerte aan de Technische Hogeschool te Delft.
Ook dit jaar trok de Zomerschool van de stichting niet de belangstelling die op grond van het programma verwacht mocht worden. Aan de orde was het onderwerp ‘Grote geestelijke stromingen’. G.M. de Gelder sprak over het Indische denken, Dr. Kwee Swan Liat over het Chinese denken, Drs. R.L. Mellema over de Islam en Prof. Dr. H. Kraemer over het Christendom in zijn verhoudingen tot andere godsdiensten. Drs. J.H.P. Colpa en mevrouw J.K. van Eck hadden weer de algemene en de huishoudelijke leiding.
De beheerscommissie van de stichting vraagt zich af, of het verantwoord is om het Instituut Zomerschool te handhaven, resp. op welke wijze dit instituut beter tot zijn recht kan komen.
Op de voorjaarslanddag van de stichting op 3 april sprak Dr. J.P. van Praag over ‘Humanisme als grondslag voor geestelijk en maatschappelijk werk’; de najaarslanddag werd op 11 december gehouden en hier sprak Prof. Dr. J.C. Brandt Corstius over ‘De functie van de kunst bij de zelfontwikkeling van de mens’.
In de loop van 1960 droeg Dr. J.P. van Praag zijn functie als voorzitter van de beheerscommissie over aan Mr. Dr. H.J. Roethof.

1963

Mede in verband met de bepalingen van de Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs, die op 1 januari 1961 in werking trad, besloot het bestuur van de Stichting tot het aanbrengen van enkele wijzigingen in de statuten van de stichting. De vereiste goedkeuring op deze wijzigingen werd door het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond op 26 januari verleend.
De sociaal pedagogische sectie van de stichting kwam in 1963 viermaal bijeen. Een adviesnota over de principiële grondslagen van humanistische geestelijke vorming van jongeren in het verband van de school werd door de sectie aan het bestuur van de stichting aangeboden. Deze nota werd voor de werkgroep Vormingsonderwijs mede uitgangspunt van zijn werkzaamheden. De andere secties kwamen in 1963 niet bijeen. Reconstructieplannen zijn bij de beheerscommissie in behandeling.
In de redactie van het wetenschappelijk tijdschrift ‘Rekenschap’ kwam geen wijziging. Het abonnementental groeit langzaam.
Terwijl prof. dr. Libbe van der WaI ook in 1963 weer colleges in de wijsbegeerte gaf aan de Technische Hogeschool te Delft, diende het bestuur van de stichting een verzoek in om een tweede bijzondere leerstoel te mogen vestigen en wel aan de Rijksuniversiteit te Leiden, voor het geven van onderwijs in de wijsgerige vraagstukken samenhangende met de humanistische levensovertuiging (humanistiek) en met de humanistische opvattingen omtrent de mens (wijsgerige antropologie van het humanisme). Aan het einde van het jaar was nog geen beslissing op dit verzoek bekend. Aan het Curatorium voor de Leerstoelen ontviel op 1 november zijn voorzitter, prof. mr. H.R. Hoetink. Zijn plaats in het Curatorium werd nog niet vervuld.
De Stichting organiseerde twee dagconferenties, op 12 mei in ‘De Tempel’ te Overschie, waar prof. dr. F. van Heek en prof. dr. B. Landheer spraken over Wetenschap van de 0orlog, op 8 december in het Erasmushuis te Utrecht, waar mevrouw dr. A. Romein-Verschoor sprak over Oude en Nieuwe Humanisten, terwijl drs. D.J. Faber als co-referent optrad. Aan elk der conferenties werd door ongeveer 60 personen deelgenomen.
Daarentegen lijdt de jaarlijkse zomerschool van de stichting in de laatste jaren onder relatief onvoldoende deelname, hetgeen bestuur en beheerscommissie noopt te overwegen of het nog wel zin heeft om zomerscholen (meerdaagse conferenties) te organiseren. In 1963 werden op de zomerschool problemen rondom de vrijheidsstraf behandeld. Inleiders waren prof. mr. A.D. Belinfante en dr. G.H. Veringa, terwijl de algemene leiding in handen was van P. A. Pols en mevrouw M.J. Waasdorp-Sonius de huishoudelijke leiding verzorgde.
Als directeur van de stichting verzorgde ir. A. Waasdorp de organisatie van de verschillende activiteiten van de stichting. In de tweede helft van het jaar werd hij hierbij ter zijde gestaan door L. Esmeyer.

1964

Op het op 29 juni 1961 ingediende verzoekschrift tot het verkrijgen van de bevoegdheid tot het vestigen van een bijzondere leerstoel aan de Rijksuniversiteit te Leiden werd, nadat tweemaal gereclameerd was, op 22 september 1964 een gunstig antwoord ontvangen.

Op het op 29 juni 1961 ingediende verzoekschrift tot het verkrijgen van de bevoegdheid tot het vestigen van een bijzondere leerstoel aan de Rijksuniversiteit te Leiden werd, nadat tweemaal gereclameerd was, op 22 september 1964 een gunstig antwoord ontvangen. Na het voorgeschreven overleg met Curatoren en Senaat van de Leidse universiteit werd daarop op 13 november door het bestuur van de Stichting dr. J.P. van Praag benoemd tot bijzonder hoogleraar voor het geven van onderwijs in de humanistiek en de wijsgerige antropologie van het humanisme (fundamentele doordenking van de humanistische opvattingen omtrent de mens). In mei 1965 zal prof. Van Praag zijn intreerede houden. Aan de Technische Hogeschool te Delft gaf ook dit jaar prof. dr. Libbe van der Wal college ingevolge zijn leeropdracht. De vacature in het Curatorium voor de leerstoelen, ontstaan door het overlijden van prof. mr. H.R. Hoetink, werd vervuld door de benoeming van prof. dr. B.W. Schaper. Het voorzitterschap van het Curatorium wordt thans bekleed door prof. dr. J.C. Brandt Corstius, terwijl prof. dr. B.W. Schaper als secretaris fungeert.
Van de drie secties kwam ín 1964 alleen de sociaal-pedagogische sectie bijeen. De sectie hield zich bezig met nadere doordenking van de concrete inhoud van de lesprogramma’s voor humanistisch vormingsonderwijs, en de aspecten van de humanistische levensovertuiging in de opvoedingspraktijk. Daar bij het werk van de secties gebleken is, dat een zekere beperking ten aanzien van het werkgebied gunstig is, besloot het bestuur tot instelling van twee commissies-ad-hoc en wel ter zake van Vernieuwing Gevangeniswezen, onder voorzitterschap van mr. C.W. Dubbink, en ter zake van Het Mensbeeld in de Moderne Literatuur, onder voorzitterschap van prof. dr. J.C. Brandt Corstius.
In de redactie van ‘Rekenschap’ kwam geen wijziging. Hoewel het abonnementental langzaam blijft stijgen en op zichzelf voor een kwartaaltijdschrift als ‘Rekenschap’ zeker niet laag is, heeft de redactie in een buitengewone vergadering inhoud, opzet en opmaak van het tijdschrift onder de ogen gezien, met de bedoeling het blad (nog) meer aan het gestelde doel te doen beantwoorden.
Landdagen van de Stichting Socrates vonden plaats op 10 mei in De Tempel te Overschie, waar P.A. Pols en prof. dr. L. van Gelder spraken over Geestelijke Vorming en Geestelijke Verzorging en hun onderlinge verhouding, onder voorzitterschap van dr. P. Thoenes, en op 22 september in het Erasmushuis te Utrecht, waar Ben Stroman en Hans Tiemeyer (de laatste als invaller voor Robert de Vries) spraken over Het Mensbeeld ín de Toneelliteratuur, onder voorzitterschap van prof. dr. Libbe van der Wal. Het aantal deelnemers was op de najaarslanddag lager dan gewoonlijk, nl. slechts 43, terwijl dit normaal ca. 60 bedraagt.
De geringe belangstelling voor de zomerscholen (meerdaagse conferenties) noopte de beheerscommissie ertoe te besluiten in 1964 geen zomerschool te organiseren.
Als directeur van de stichting verzorgde ir. A. Waasdorp de organisatie van de verschillende activiteiten. Hij werd daarbij terzijde gestaan door L. Esmeyer en door mej. C.W. Kerkhof.

1966

De beroepenconferentie was ditmaal voor juristen georganiseerd met als onderwerp de echtscheiding. [...]. De conferentie, die op 22 januari in Utrecht werd gehouden, vond grote weerklank. De inleidingen zijn onder auspiciën van Socrates uitgegeven.

Aan prof. dr. L. van der Wal werd op zijn verzoek ontslag verleend in verband met het feit dat hij zijn werkzaamheden om gezondheidsredenen diende te beperken. Als zijn opvolger op de leerstoel voor wijsbegeerte aan de Technische Hogeschool te Delft werd benoemd dr. W. van Dooren, die op 19 oktober zijn inaugurele oratie uitsprak, getiteld ‘De vrijheid van de filosofie en de gebondenheid van de filosoof’. Aan de Rijksuniversiteit te Leiden zette prof. dr. J.P. van Praag zijn colleges humanistiek voort.
De vacature in het Curatorium voor de leerstoelen, ontstaan door het overlijden van prof. dr. C.D.J. Brandt, werd vervuld door de benoeming van prof. dr. L. van der Wal.
Naast de drie bestaande secties zijn de plannen voor een vierde, nl. een juridische, zodanig gevorderd, dat in het volgend jaar tot oprichting zal worden overgegaan. Ook wordt overwogen in het volgend jaar tot een medische sectie te komen. De door de sociaal-pedagogische sectie ingestelde studiegroepen over ‘Vrijwilliger-beroepskracht’ en ‘Geestelijke opvoeding in het gezin’ begonnen hun werkzaamheden.
Door de beheerscommissie werden twee nieuwe commissies ingesteld: ‘Humanisme en Arbeid’, onder voorzitterschap van prof. dr. P. Thoenes, en ‘Publiciteit in een democratie’, onder voorzitterschap van mr. dr. H.J. Roethof. De commissie ‘Mensbeeld in de literatuur’ legt de laatste hand aan het rapport. De commissie ‘Vernieuwing Gevangeniswezen’ is in het jaar 1966 niet bijeen gekomen, ondanks herhaalde pogingen tot voortzetting van de werkzaamheden. Door de beheerscommissie werd aan belangstellenden gelegenheid gegeven deel te nemen aan een gespreksgroep over ‘Wezen en bestemming van de mens’ onder leiding van prof. dr. W. van Dooren, welke groep uit een tiental deelnemers bestaat.
De voorjaarsconferentie werd gehouden op 22 mei in Hotel Monopole te Amersfoort. Het thema was: ‘0rganisatie van de vrede’ en werd ingeleid door prof. mr. B.V.A. Röling en mr. J.H. Burgers. Voorzitter was prof. dr. B.W. Schaper. Het aantal bezoekers was vrij hoog, nl. 88. De najaarsconferentie werd zoals in vroegere jaren weer gehouden in de Internationale School voor Wijsbegeerte te Amersfoort op 11
november. Het onderwerp ‘Alle waarden overboord?’ werd ingeleid door prof. dr. W. van Dooren en drs. S.J. Doorman. Voorzitter was prof. dr. L. van der Wal. Het aantal bezoekers overtrof nog dat van de vorige conferentie, het bedroeg 102. De beroepenconferentie was ditmaal voor juristen georganiseerd met als onderwerp de echtscheiding. Onder voorzitterschap van mr. dr. H.J. Roethof werden inleidingen gehouden door mr. M. Rood-de Boer en mr. H.G. van Veen. De conferentie, die op 22 januari in Utrecht werd gehouden, vond grote weerklank. De inleidingen zijn onder auspiciën van Socrates uitgegeven.
In de redactie van ‘Rekenschap’ kwam geen wijziging. In de beheerscommissie werden opgenomen P. Spigt (als voorlopig vervanger van drs. F.P. Huygens) en mr. M.G. Rood (als voorzitter van de te formeren juridische sectie).

1967-1968

Het streven blijft gericht op het vestigen van bijzondere leerstoelen teneinde op verschillend gebied een relatie te leggen tussen humanisme en wetenschap.

De twee bijzondere hoogleraren, die vanwege de Stichting zijn benoemd, hebben hun colleges in de studiejaren 1967-1968 en 1968-1969 voortgezet. Prof. dr. W. van Dooren gaf aan de Technische Hogeschool in Delft college over ‘Moderne filosofische stromingen in verband met het humanisme’ en over de geschiedenis der wijsbegeerte. Aan de Rijksuniversiteit te Leiden (Centrale Interfaculteit) doceerde prof. dr. J.P. van Praag ‘Inleiding tot de humanistiek’ en daarnaast over ‘Marxisme en het humanisme’. Het streven blijft gericht op het vestigen van bijzondere leerstoelen teneinde op verschillend gebied een relatie te leggen tussen humanisme en wetenschap.
De commissie ‘Het mensbeeld in de moderne literatuur’ publiceerde in 1967 haar rapport. Het kreeg als titel: ‘De Aanstootgevers’. De commissie ‘Humanisme en Arbeid’ bood op 28 augustus 1967 haar werkstuk aan de beheerscommissie aan. Het rapport verscheen begin 1968 als eerste in een reeks Socrates-publikaties, die in samenwerking met uitgeverij W.P. van Stockum N.V. worden gegeven.
Binnen de juridische sectie werd de commissie ‘Functionering der democratie’ geïnstalleerd. De fundamentele vraag, die bij het aanvatten van de problematiek werd gesteld, luidde: ‘In hoeverre beantwoordt de democratie, in de vorm waarin zij in ons land functioneert, aan het doel de individuele mens zo veel mogelijk tot zijn recht te doen komen en in zijn waarde te laten?’ De commissie is reeds een aantal malen in vergadering bijeen geweest.
In de commissie ‘Echtscheidingsproblematiek’ waren de gedachten aan het eind van het verslagjaar reeds zover uitgekristalliseerd, dat een eerste deel van het rapport in een definitiever vorm kon worden gegoten. Gedurende deze periode heeft de Minister van Justitie een ontwerp van de wet betreffende de echtscheiding toegezonden aan een aantal vooraanstaande Nederlanders van verschillende levensovertuiging. Bij het gevraagde commentaar wist de voorzitter van het Verbond zich geruggesteund door de standpunten, die binnen de commissie op dit punt worden gehuldigd.
Het is niet opportuun gebleken om de commissie ‘Vernieuwing in het gevangeniswezen’ welke tot taak had een humanistische visie te geven op de strafrechtelijke bejegening van meerderjarige gedetineerden, maar sinds 1965 haar activiteiten had opgeschort, te reactiveren. 0p grond van een gebleken gebrek aan behoefte daaraan, werd besloten geen pogingen meer in die richting te doen.
Een humanistische benadering van een fundamenteel thema, nl. ‘de grondslagen van het strafrecht’, werd geacht een speciale commissie waard te zijn. Een der leden van de juridische sectie stelde naar aanleiding hiervan een nota op over de mogelijkheden tot bestudering van de fundamenten van ons strafrecht en van de meest discutabele punten daarin. Deze nota is het uitgangspunt geworden van de besprekingen binnen de sectie. De discussie wordt voortgezet.
De medische sectie ging verder op de weg, die zij met de organisatie van de beroepenconferentie op 2 december 1967 over ‘Het dogma in de medische ethiek’ had ingeslagen. De belangstelling van de leden was in eerste instantie gericht op de medisch-ethische implicaties van orgaantransplantatie, op grond van de geconstateerde behoefte aan een humanistisch georiënteerde benadering van deze problematiek. Medio 1968 werd een commissie geïnstalleerd met een ruimere opdracht, nl. een humanistische inbreng te realiseren in een herziening van de medische ethiek en gedragsleer. Aan de hand van nota’s van de filosoof Klever en van de zenuwarts Pruyt heeft de commissie reeds enige bijeenkomsten gewijd aan de bespreking van de genoemde thematiek.
Aan het eind van het verslagjaar werden pogingen ondernomen om de sociaal-pedagogische sectie, die sinds januari 1967 niet meer bijeen was geweest te reactiveren. Binnen deze sectie waren twee commissies werkzaam. De studiegroep ‘Vrijwilliger-beroepskracht in de geestelijke verzorging’ heeft haar werkzaamheden onderbroken, aangezien de problematiek enigermate is achterhaald door de aanstelling van full-time geestelijke raadslieden. De commissie ‘Geestelijke opvoeding in gezinsverband’ heeft ook het afgelopen jaar met veel enthousiasme en grote regelmaat vergaderd. Men hoopt binnen afzienbare tijd met een richtlijnenrapport te komen, op basis waarvan een populair boekje kan worden geschreven ten behoeve van ouders en opvoeders.
Eind 1967 werd de sociaal-wetenschappelijke sectie ingesteld, oorspronkelijk cultuur-sociologische sectie genoemd. Als doel van de sectie noemde Wichers o.m. de ‘pénétration pacifique’ van de humanistische visie met inzichten uit de menswetenschappen. De eerste taak van de sectie was het organiseren van de voorjaarsconferentie 1968 ‘Arbeid nu en morgen’, welke als follow-up was bedoeld op het rapport ‘Humanisme en arbeid’. De sectie zelf heeft als thema van studie ‘De veranderingen in sexualiteit, huwelijk en gezin’ aangevat. Daarnaast waren aan het einde van het verslagjaar de voorwaarden vervuld om tot instelling te komen van een commissie, die zich met problemen van geweld en geweldloosheid gaat bezighouden.
De in 1966 ingestelde commissie ‘Publiciteit in een democratie’ werd gedurende het verslagjaar gedechargeerd. Overwegingen daarbij waren de fundamentele meningsverschillen, die t.a.v. het conceptrapport waren opgetreden. Bovendien bleken de bereikte conclusies enigszins te zijn achterhaald door de ontwikkelingen, die zich ondertussen in de perswereld hadden voorgedaan. De beschikbare stukken werden de voorzitter ter beschikking gesteld ter overweging alsnog tot publicatie ervan over te gaan.
De traditionele voorjaarsconferentie van Socrates werd in 1967 op 21 mei gehouden in de Internationale School voor Wijsbegeerte te Amersfoort. Naar aanleiding van het verschijnen van het rapport ‘De Aanstootgevers’ spraken onder voorzitterschap van prof. dr. J.C. Brandt Corstius, mevrouw Hella S. Haasse, mevrouw D. Roethof-Ensing en P. Spigt namens de commissie. Uit de lezerskring spraken: dr. Albert Daan, mr. Th.P. van Raalte en mevrouw D. Vos-Vermeulen. Er waren 125 bezoekers. Het aantal bezoekers dat in 1967 de najaarsconferentie bezocht, was 165. Onder voorzitterschap van prof. dr. W. van Dooren spraken dr. A.J. Wichers en prof. dr. G.A. Kooij over veranderingen in ons leefklimaat en onze opvattingen. Het thema van de conferentie was ‘Mensen begrijpen’.
Onder auspiciën van de secties werden drie beroepenconferenties belegd. Op 23 september 1967 spraken prof. mr. G.E. Langemeyer en prof. mr. A.D. Belinfante over ‘De humanist en het gezag’. De conferentie die onder leiding stond van mr. M.G. Rood, werd door 43 deelnemers bijgewoond, voor het merendeel juristen. De tweede pedagogen-conferentie vond plaats op 21 oktober 1967 te Amersfoort. Prof. dr. L. van Gelder en prof. dr. P. Smits spraken over ‘Gezag in de opvoeding’. Dertig vakpedagogen namen aan de conferentie deel. De eerste artsenconferentie vond plaats op 2 december 1967. Dr. A. Daan en L.M. Tas, zenuwarts, spraken over ‘Het dogma in de medische ethiek’.
De voorjaarsconferentie 1968 had een algemeen karakter en was gewijd aan de arbeid onder het motto ‘Arbeid, nu en morgen’. Zij werd gehouden op 2 juni 1968 in Amersfoort. Sprekers waren: A.L. den Broeder en prof. dr. J. Kruithof, het voorzitterschap had dr. P.B. Defares op zich genomen. Het aantal deelnemers was, zeer ongebruikelijk, wat aan de lage kant, nl. 60. Zij bleken overigens duidelijk betrokken te zijn bij de problematiek en het ter discussie staande rapport positief te waarderen.
In het najaar van 1968 werden nog twee conferenties belegd, waaronder de beroepenconferentie over abortus provocatus voor juristen en medici. Deze conferentie, die werd gehouden in het Erasmushuis, telde 80 deelnemers. De zenuwarts mevrouw C.L. van Blaaderen-Stok en mr. F.E. Frenkel lichtten er hun ingediende pre-adviezen toe. Hierop reageerde een forum, bestaande uit mevrouw E. Vrind-Van Praag, prof. mr. J. Valkhoff en F.P. Wibaut (arts). De conferentie werd geleid door de voorzitter van de medische sectie S. Pruyt en de voorzitter van de juridische sectie, mr. M.G. Rood. Opgemerkt kan worden, dat de tijdens de plenaire discussie bereikte conclusies t.a.v. de plaatsing ervan in de strafrechtelijke prohibitieve sfeer en het gewicht van de wilsbeschikking der vrouw van verdergaande strekking waren dan de in de pre-adviezen gestelde standpunten.
De najaarsconferentie 1968 die op 24 november plaats vond in Amersfoort, stond in het teken van het Human Rights Year. Als thema was gekozen de waarneembare tendenties tot democratisering, zowel in de west-europese als oost-europese samenleving. De spreker uit 0ost-Europa, prof. Mihailo Markovic, van de universiteit in Belgrado, begon zijn inleiding overigens met de woorden, dat het ‘ironisch klinkt over democratiseringsprocessen in Oost-Europa te spreken, juist op een historisch moment, dat anti-democratische krachten opnieuw overal schijnen te domineren’. Naast prof. Markovic sprak prof. Schaper en wel in het bijzonder over ontwikkelingen in het democratiseringsproces in de west-europese landen. De voertaal van deze conferentie, die werd voorgezeten door prof. dr. W. van Dooren, was Engels. ‘The development of democracy in Western and Eastern Europe’ vermocht de belangstelling van 90 deelnemers te wekken.
Behalve de vier gebruikelijke nummers van ‘Rekenschap’ per jaar werd eind 1967 een herdruk gepubliceerd, getiteld: ‘Is het leven heilig?’ door dr. A. Daan. Eind 1968 werden als extra nummer drie artikelen van J.P. van Praag gebundeld.
Er zijn in 1968 twee nieuwe publicaties verschenen uitgegeven bij W.P. van Stockum & Zn. In ‘Humanisme en arbeid’ wordt een poging ondernomen tot humanistische waardering van de arbeid. Het rapport was het resultaat van de besprekingen van de commissie van dezelfde naam. Daarnaast ‘Het Gezag’, dat verslag legt over twee conferenties, waarop het gezag in de samenleving en in de opvoeding aan de orde werd gesteld. Na de inleiding door mr. M.G. Rood treft men beschouwingen aan van prof. mr. A.D. Belinfante, mr. G.E. Langemeyer, prof. dr. L. van Gelder en prof. dr. P.R. Smits.
In juni vroeg het hoofdbestuur van de studentenvereniging op humanistische grondslag ‘Socrates’ haar naamgenoot te mogen meewerken aan de studies die de Stichting gaat ondernemen. Bestuur en beheerscommissie reageerden onmiddellijk positief op dit verzoek. Bij de voorbereiding van nieuwe werkzaamheden wordt thans ook de S.V.H.G. betrokken. Contacten werden eveneens gelegd met volkshogescholen en vormingscentra. Met de Volkshogeschool ‘De Oude Hof’ in Bergen (N.H.) en het vormingscentrum der Woodbrookers in Barchem is de afspraak gemaakt, in voorkomend geval gezamenlijke initiatieven te ontplooien.
Dankzij het feit dat prof. dr. W. van Dooren behalve bestuurslid van Socrates ook lid van het curatorium is van de Internationale School voor Wijsbegeerte te Amersfoort, is er een nauwere band ontstaan tussen Socrates en de School. Een eerste resultaat van het geregelde contact mag worden genoemd de conferentie, welke op 22 en23 maart 1969 wordt gehouden over de hedendaagse betekenis van Erasmus. Via Van Dooren werden ook contacten gelegd met het bestuur van de Werkgroep 2000. Zij bleven - in verband met de statutaire beperkingen van de Werkgroep - vooralsnog beperkt tot een uitnodiging aan Van Dooren om à titre personnel zitting te nemen in het bestuur.
Het dagelijks bestuur van het Humanistisch Verbond bleef statutair belast met het bestuur van de Stichting Socrates. De praktische uitvoering der werkzaamheden staat onder leiding van een beheerscommissie, waarin zich enige mutaties voordeden: aan het begin van 1968 trokken twee leden, drs. F.P. Huygens en prof. dr. L. van der Wal, zich uit de commissie terug. Zij zijn vanaf de oprichting bij de werkzaamheden van de stichting betrokken geweest. C. Uitenbogaard, die de sociaal-pedagogische sectie vertegenwoordigde, moest zijn functie in verband met zijn professionele bezigheden terugtrekken. De voorzitters van de nieuwe secties werden in de beheerscommissie opgenomen. Als vertegenwoordigster van de S.V.H.G. ‘Socrates’ werd mevrouw M.K. Floor-Ossendrijver aangewezen. De laatste vergadering in 1968 werd ook bijgewoond door drs. F. P. Janzen, als wetenschappelijk medewerker belast met de uitvoering van een deel der werkzaamheden.
In het Curatorium voor de Leerstoelen deden zich geen wijzigingen voor. De redactie van ‘Rekenschap’ nam in 1967 afscheid van drs. F.P. Huygens, die jarenlang het redactiesecretariaat had behartigd.
Het aantal contribuanten van de Stichting bedroeg per 31 december 1968: 222 (eind 1967: 182); het aantal donateurs voor het leerstoelenfonds: 182 (eind 1967: 197). ‘Rekenschap’ zag zijn abonnementental dalen van 876 naar 773.
Voor wat betreft de Socrates-bibliotheek: het totale boekenbezit omvat ongeveer 3.200 exemplaren. De uitbreiding van de bibliotheek vindt voornamelijk plaats door, zeer gewaardeerde, schenkingen; aankoop van nieuwe boeken is slechts in zeer beperkte mate mogelijk. Door de goede zorgen van ir. J.A. Nijholt kwam in 1968 een omvangrijke nieuwe catalogus tot stand.

1969-1970

Echtscheiding: het rapport van deze juridische kommissie werd midden 1969 uitgebracht [...]. Het beoogde een antwoord te zijn van humanistische zijde op het voorontwerp van de minister van justitie. In zijn memorie van toelichting op het ontwerp van wet maakt deze bijzondere vermelding van het door de Stichting uitgebrachte rapport. De voornaamste konklusies uit het rapport worden in een paragraaf van de memorie vermeld.

In verband met de zich binnen de Verbondsorganisatie voltrekkende decentralisatie, waarmee het hoofdbestuur deeltaken delegeerde aan min of meer autonome stichtingsbesturen heeft er ook binnen Socrates een bestuurlijke reorganisatie plaatsgevonden. De per mandaat van het hoofdbestuur werkende beheerskommissie heeft na zeventig vergaderingen de status van bestuur van de wetenschappelijke werkstichting Socrates gekregen. Dit bestuur wordt gevormd door enkele vertegenwoordigers van het hoofdbestuur (voorzitter en sekretaris), een penningmeester, de voorzitters van de onderscheidene sekties, de redaktiesekretaris van ‘Rekenschap’ en een vertegenwoordiger van het kuratorium. Ook neemt een vertegenwoordiger van de Studentenvereniging op Humanistische Grondslag Socrates deel aan de bestuursvergaderingen. In overeenstemming met de struktuurwijziging zijn de statuten van de stichting aangepast. Bij de eerste bestuursvergadering was het kollege als volgt samengesteld: voorzitter: mr. dr.H.J. Roethof; sekretaris: A. van 0lst; penningmeester: P. Koome; leden: prof. mr. J.A. Ankum, dr. W.J. Brandenburg, dr. P.B. Defares, mevrouw M.K. Floor-Ossendrijver (S.V.H.G.), S. Pruyt, P.Spigt, prof. dr. P. Thoenes. Funktionarissen voor de stichting waren: mevrouw C.W. Kerkhof en drs. F.P. Janzen.
Wat betreft de Leerstoelen: het Kuratorium bestond uit: prof. dr. J.C. Brandt Corstius, voorzitter; prof. dr. B.W. Schaper, sekretaris; prof. dr. C.P.F. Stutterheim; prof. dr. P. Thoenes; prof. dr. L. G. van der Wal. De twee bijzondere hoogleraren dr. W. van Dooren (Delft) en dr. J.P. van Praag (Leiden) hebben in de verslagjaren hun kolleges over de relatie tussen filosofie, wetenschap en het humanisme voortgezet. De instelling van een derde leerstoel, een lektoraat in de sociologie van de niet-godsdienstige levensbeschouwingen (Utrecht) is door interne universitaire strubbelingen reeds enige tijd gestagneerd.
Aan de vier bestaande wetenschappelijke sekties van de Stichting, t.w. de sociaal-pedagogische, juridische, sociaal-wetenschappelijke en de medische, werd in de loop van 1970 een vijfde toegevoegd: de filosofische sektie. De taakstelling van deze sektie werd door haar voorzitter Van Praag geformuleerd als ‘de behartiging van vragen omtrent het levens- en wereldbeeld in verband met de ontwikkeling van de filosofie, de theologie en de samenleving’. Overwogen wordt tot instelling van een technologische sektie over te gaan.
Onder verantwoordelijkheid van de vier eerstgenoemde sekties funktioneerden de volgende studiekommissies en werkgroepen:
1. Geestgelijke opvoeding in gezinsverband: deze kommissie, die zich bezig houdt met de rol en de funktie van de levensbeschouwing bij het opvoeden, bevindt zich na een intensieve vergaderperiode in het stadium van de eindreportage. De kommissie stelt zich voor het door haar vervaardigde richtlijnenrapport op de komende voorjaarskonferentie aan de orde te stellen en de daar te maken amenderingen in een definitieve versie te verwerken.
2. Humanisme en geweld: de leden van deze kleine kommissie hebben ieder een paper geleverd over een of meer onderdelen van deze uiterst omvangrijke problematiek. Mr. Burgers heeft zich bereid verklaard het eindrapport te schrijven, dat in de loop van het voorjaar tegemoet gezien kan worden.
3. Echtscheiding: het rapport van deze juridische kommissie werd midden 1969 uitgebracht en door middel van een perskonferentie openbaar gemaakt. Het beoogde een antwoord te zijn van humanistische zijde op het voorontwerp van de minister van justitie. In zijn memorie van toelichting op het ontwerp van wet maakt deze bijzondere vermelding van het door de Stichting uitgebrachte rapport. De voornaamste konklusies uit het rapport worden in een paragraaf van de memorie vermeld. Niettemin heeft de kommissie het nodig geoordeeld in een brief alsnog bij de minister op het wetsontwerp te reageren. De bevindingen der kommissie werden als rapport Echtscheiding uitgegeven.
4. Funktionering der demokratie: de centrale vraag welke deze kommissie zich stelde was die naar de mate waarin de in ons land funktionerende demokratie tegemoet komt aan het doel de individuele mens zoveel mogelijk tot zijn recht te laten komen en in zijn waarde te laten. De bevindingen van de werkgroep zullen op korte termijn aan de juridische sektie worden aangeboden.
5. Medisch-ethische vraagstukken: bij de instelling van de kommissie zat de gedachte voor dat de door calvinistische waarden gestempelde medische ethiek in een gedekonfessionaliseerde samenleving niet langer geldigheid heeft. De bevindingen werden geacht bij te dragen aan zowel de interne meningsvorming als aan de doordringing van humanistische opvattingen in de medische wereld en daar omheen. Deze werden als persoonlijke bijdragen gebundeld in een ekstra nummer van ‘Rekenschap’.
6. Abortus provokatus: deze werkgroep is als follow-up te beschouwen van de in 1968 gezamenlijk door de juridische en medische sektor georganiseerde beroepenkonferentie over dit onderwerp. Men is in het stadium van de eindrapportage; het rapport kan binnenkort worden verwacht.
7. Grondrechten: recentelijk is er een kommissie grondrechten in het leven geroepen naar aanleiding van de instelling van een staatskommissie inzake de grondwet en de kieswet. Als eerste fase van haar werkzaamheden heeft de kommissie een adres opgesteld dat bij gelegenheid van de indiening van twee wetsontwerpen namens het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond aan de leden van de Tweede Kamer is gestuurd. Verdergaande bestudering in de tweede fase heeft ten doel aan de sektie advies of rapport uit te brengen over datgene wat de kommissie op het stuk van de grondrechten van belang acht.
In de verslagjaren 1969-1970 werden in chronologische volgorde de volgende algemene en beroepenkonferenties belegd:
1 . Jeugd in verzet tegen het onderwijs: deze konferentie werd opgezet als een poging tot het aangeven van de achtergronden en oorzaken van het aktuele verzet der jongeren tegen de verschillende vormen van het huidige onderwijssysteem. Dr. W.J. Brandenburg, verbonden aan het sociaal-pedagogisch instituut in Groningen hield een inleiding over de uitgangspunten van het verzet, dr. C.E. Vervoort, onderwijssocioloog uit Leiden, gaf een analyse van de achtergronden ervan. Ten behoeve van de diskussie hadden beide inleiders stellingen geformuleerd: ‘Een van de belangrijkste funkties van het verzet van de jongeren is dat het (opnieuw) de vraag stelt: waar dient het onderwijs eigenlijk voor?’
2. Lijden en begeleiden: dit was een konferentie over de medische, psychologische en existentiële facetten van de begeleiding van ernstig zieken en stervenden. De inleidingen waren van de Groningse psychiater dr. H.C.M. Rooymans en van dr. H. Hamminga, lid van de medische sektie. Medewerking als forumleden werd verleend door de huisarts dr. P.A. Schuckink Kool, de verpleegkundige zuster J. van der Molen en door de centraal geestelijke raadsman P.N. Kruyswijk. Een centraal thema bij de diskussies was het uitgangspunt dat de geneesheer de patiënt de waarheid over zijn toestand zegt, tenzij er reden is dit niet te doen.
3. Vervreemding door eksperiment in de kunst: de nadruk bij deze konferentie over een bij uitzondering kultureel onderwerp, lag op de muziek. Aan de orde was de waarneembare verwijdering, welke is ontstaan tussen het werk van veel hedendaagse kunstenaars en het appreciatievermogen van het voor kunst en muziek in het bijzonder bevattelijke publiek. Een van de inleiders, de musicologe mevrouw Marcenaro-Huygens, sprak van het ‘achterblijven van het muzikale horen bij het muzikale scheppent’. Mevrouw Marcenaro en de tweede inleider, de komponist Jan Wisse, illustreerden hun betoog met ten gehore gebrachte muziekfragmenten.
4. Strafrecht en seksualiteit: het uitgangspunt van deze konferentie vormde de vraag of, en zo ja in hoeverre, de wetgever een taak heeft bij de bepaling van wat zedelijk is en wat niet. Deze vraag werd door de beide inleiders prof. dr. Th.W. van Veen en mr. C. Gutter in pre-adviezen beantwoord. Co-referaten bij deze inleidingen werden verzorgd door prof. mr. A.A.M. van Agt en prof. mr. À. Heijder. Deze bijdragen werden gebundeld in een gelijknamige uitgave van de Stichting.
5. Symposion over de angst: in het enigszins van de gebruikelijke organisatie afwijkende symposion werd de angst in het menselijk leven aan de orde gesteld. In pre-adviezen en stellingen werd vanuit zeer verschillende disciplines de verwerking van het verschijnsel angst behandeld. De diskussie werd geleid door de voorzitter van de sociaal-wetenschappelijke sektie, dr. P.B. Defares. Deelnemers aan het symposion: drs. F.A. Bodnar (bioloog), mevrouw N. van Breevoort-Nocrdzij (schrijfster), dr. W.N.A. Klever (filosoof), S. Pruyt (zenuwarts), dr. K.W. van der Veen (kultureel-antropoloog), dr. P.R. Wiepkema (etnoloog), dr. E.W.J. Zwaan (gedragstherapeut). Het ligt in de bedoeling de diskussies in een verslag samen te vatten.
6. De vrijheid van meningsuiting bedreigd?: onder deze titel werd door middel van een konferentie geprobeerd de grenzen aan te geven, die in de huidige demokratie blijken te bestaan voor de vrijheid van meningsuiting. Aan de orde werden gesteld zulke uiteenlopende onderwerpen als perskonsentraties, beperkte grondrechten van ambtenaren, het weren van een radio-verslaggever uit de rechtszaal, de zaak Volkskrant versus Hiltermann, diskussies in de kazerne. Inleiders waren mr. M.C. Burkens, mr. dr. H.J. Roethof, mr. M. Knap en drs. J. Rogier. De inleidingen van de twee eerstgenoemden werden gepubliceerd in ‘Rekenschap’.
7. Implikaties gebruik softdrugs: na lange voorbereidende diskussies binnen de verschillende sekties over de diverse aspekten van drug-gebruik, kwamen de bevindingen op de konferentie naar buiten. De inleiders waren: drs. H. Cohen (druggebruik, subcultuur en deviant gedrag), mr. F.E. FrenkeI (de juridische aspekten), Hans Geluk (de drugscene en handel) en de zenuwarts S. Pruyt (medische-psychiatrische aspekten). Aan de hand van de door de inleiders geformuleerde stellingen werd in een achttal gespreksgroepen gediskussieerd. De voornaamste konklusies van deze gespreksgroepen (aanbevelingen) fungeren als uitgangspunten voor een werkgroep, ingesteld door Socrates in samenwerking met de Humanistische Stichting voor Geestelijke Volksgezondheid.
‘Rekenschap’, het orgaan van de Stichting, is wederom regelmatig verschenen. Het traditionele ekstra nummer van 1969 werd gevormd door een herdruk van een omvangrijk artikel van dr. H. Bonger over Menno ter Braak. Dat van 1970 was de bundel opstellen van de kommissie medisch-ethische vraagstukken.
Er verschenen in de verslagjaren 1969-1970 twee nieuwe rapporten, uitgegeven door W.P. van Stockum. Het rapport ‘Echtscheiding’ vormde de bijdrage van humanistische zijde aan de gedachtenvorming welke resulteerde in een nieuw wetsontwerp. De kommissie Echtscheiding bestond uit: prof. mr. J.A. Ankum, mr. A. Komen, prof. mr. H. Cohen Jehoram, mr. H. Knap, mr. S. V. Langeveld, mevrouw mr. dr. M. Rood-de Boer en mr. P. van der Woude.
Een tweede verschenen rapport is het verslag van de najaarskonferentie eind 1969 onder de naam ‘Strafrecht en seksualiteit’, in Amersfoort gehouden. Het pièce de résistance der opgenomen bijdragen vormt het origineel en principieel essay van mr. C. Gutter. Voorts de aldaar gehouden inleiding van prof. mr. Th.W. van Veen en co-referaten van de hooggeleerden mr. A.A.M. van Agt en mr. A. Heijder. De inleiding is van de hand van de konferentievoorzitter prof. mr. J.A. Ankum.

1971-1972

Het lektoraat in de sociologie van de niet godsdienstige levensbeschouwing (Utrecht) is inmiddels doorgekomen.

Het bestuur van de stichting werd vele jaren (sedert 1956) voorgezeten door Mr. Dr. H.J. Roethof. Deze meende in 1971 zich terug te wiI1en trekken, mede in verband met zijn toenemende verplichtingen als lid van de Tweede Kamer. Daar er ook overigens aanvullingen nodig waren, werd Mr. J. Boesjes uit Oegstgeest door het hoofdbestuur uitgenodigd een nieuw bestuur te formeren. Dit kwam er, voorjaar 1971, als volgt uit te zien: Mr. J. Boesjes, voorzitter; Drs. S.R. Juliard, secretaris; R. Sorgedrager, penningmeester; Drs. F. Bergeld; Dr. P.B. Defares; mevrouw Mr. J. Soetenhorst-de Savornin Lohman; Dr. A.J. Wichers: leden. Deze personen vormden een dagelijks bestuur dat regelmatig bijeen zou komen, terwijl het plenaire bestuur bovendien bestond uit: Prof. Dr. W.J. Brandenburg; Prof. Dr. J.P. van Praag; Drs. S. Pruyt; P. Spigt, al dezen, met Mr. Boesjes en Dr. Wichers, vertegenwoordigden tevens een sectie; P. Spigt de redaktie van ‘Rekenschap’.
Dit bestuur, en zeker het dagelijks bestuur, telde enkele mensen die nieuw waren in Verbondszaken; ze waren zelfs niet allen lid. Het toonde neigingen tot afbrokkelen, en in het najaar gaven ook de overgeblevenen hun opdracht aan het hoofdbestuur terug. Boesjes mede in verband met zijn Raadsadviseurschap. Hierna is er een beheerscommissie opgetreden, waarover hieronder verdere gegevens.
Een weinig gelukkige ontwikkeling vond er tevens plaats met de funktionaris. Begin 1971 werd Drs. F.P. Janzen opgevolgd door F.H.C. van Galen Last, waarna al spoedig de tijd aanbrak van prioriteit voor het uitwerken van een nieuw gezicht voor het Verbond en van het conflict. In de voorzomer van 1972 ging van Galen Last naar een andere post, zodat de professionele ondersteuning van de activiteiten gedurende de verslagperiode vrij gering is gebleven.
Vervolgens moet, als derde factor, genoemd worden een wat veranderde instelling bij velen die in het werk van de secties deel zouden kunnen nemen. Was die instelling eerder dat men wel lid wilde zijn van een professionele sectie om vervolgens na te gaan of te ervaren welke problemen men tegen zou komen, die instelling (een soort vermoeidheid?) werd veeleer dat men slechts wilde komen voor tevoren vastgestelde problemen: meer voor commissiewerk dus. In secties waar de problemen uit hun aard vaak een wat algemenere aard hebben (dus niet met wetgeving e.d. te maken hebben) speelde dit het meest voelbaar: al enige jaren in de sociaal-wetenschappelijke sectie, al spoedig in de filosofische sectie die in oktober 1972 werd samengevoegd met de redaktie van ‘Rekenschap’; tenslotte ook in de sociaal-pedagogische sectie. De secties die het duidelijkst gefunctioneerd hebben, zijn de juridische en de medische sectie. Ook hier begonnen geschillen soms onderling, doch meer met het bestuur, en meer of minder ideologisch, door te dringen. Het voorgaande betekent dat de verslagperiode geen rijke is geweest aan conferenties en rapporten. Van de begonnen rapporten is er geen verschenen. Dat over drugs en druggebruik (samen met HSGV) werd niet voltooid; dat over abortus werd door het bestuur opgehouden en dat over zedelijkheidswetgeving door het hoofdbestuur; doch dat over opvoeding is nog in portefeuille. Er zijn twee conferenties geweest. Een had tot onderwerp de ouderparticipatie in het onderwijs, de andere de homofilie. Deze laatste conferentie werd georganiseerd in samenwerking met de homofielenorganisatie COC en met de Humanistische Stichting voor de Geestelijke Volksgezondheid (HSGV).
Relatief het best gefunctioneerd hebben de redaktie van ‘Rekenschap’ en het Curatorium voor de leerstoelen. 0p ‘Rekenschap’ is nogal wat kritiek geweest uit het
nieuwe bestuur wegens een, naar de mening van dit bestuur sterke historisch-literaire inslag van het blad. De redaktie is echter inmiddels aanmerkelijk vernieuwd en aangevuld. Voorzitter van deze redaktie is Dr. J.P. van Praag, die in 1971 Dr. L.G. van der Wal opvolgde. Secretaris was en is P. Spigt. Het blad is regelmatig blijven verschijnen. Het curatorium voor de leerstoelen bestond, evenals in de vorige verslagperiode uit de hoogleraren: Dr. J.C. Brandt Corstius (voorzitter), Dr. B.W. Schaper (secr.), Dr. C.P.F. Stutterheim, Dr. P. Thoenes, Dr. L.G. van der Wal. De twee bijzonder hoogleraren Dr. W. van Dooren (Delft) en Dr. J.P. van Praag (Leiden) hebben in de verslagjaren hun colleges filosofie en humanistiek voortgezet. Het lektoraat in de sociologie van de niet godsdienstige levensbeschouwing (Utrecht) is inmiddels doorgekomen. Het wordt reeds bezet door Dr. A.J. Wichers, die het ín 1973 officieel wil aanvaarden met een rede.
Zoals reeds werd vermeld staat de Stichting sedert het najaar van 1972 onder een beheerscommissie. Deze wordt gevormd door de hoofdbestuursleden Mr. M. Knap, Drs. P. Postma en Dr. A.J. Wichers (na 1 januari 1973 Dr. E.W. Hommes in plaats van de heer Wichers). Binnen Socrates zal voorlopig niet meer met secties worden gewerkt doch slechts met ad hoc commissies naar gelang de behoeften van het hoofdbestuur. Voorts zal ondanks de geringe financiële mogelijkheden en het ontbreken van een functionaris, getracht worden de traditie van de conferenties voort te zetten.

1973-1974

Begin 1973 begon een klein groepje, bestaande uit E.W. Hommes, M. Knap, J. de Leede en R. Sorgedrager met een poging het werk van de Stichting Socrates wederom tot leven te brengen. Daartoe werd allereerst de traditie van de wetenschappelijke konferenties weer op het programma gezet, hetgeen in de herfst van 1973, t.w. op 28 oktober, leidde tot een konferentie over euthanasie. Sprekers waren: mevrouw H.A.H. van Till-d’ Àulnis de Bourouill, B.S. Polak en P. Spigt. Het aantal deelnemers bedroeg 60.
In de volgende herfst, op 10 november 1974, werd, evenals de vorige keer in het gebouw van de internationale School voor Wijsbegeerte te Amersfoort, een konferentie gehouden over het onderwerp: Humanistisch Mensbeeld, met als sprekers R.F. Beerling en J.P. van Praag. Deze konferentie mocht zich in de belangstelling van ruim 100 deelnemers verheugen. De inleidingen werden gepubliceerd in het decembernummer van ‘Rekenschap’.
Intussen groeide ook de Taakgroep zelf. Eind 1974 bestond deze uit: A. den Broeder, R. van Kamp, À. van Kreveld, M. Knap, J. de Leede, F. Selier en R. Sorgedrager, waar begin 1975 M. Fresco nog bij zou komen. Deze groep vond, naast het organiseren van de konferentie, tevens gelegenheid tot het verkennen van verschillende onderwerpen, waarbij wordt bekeken op welke wijze aan deze onderwerpen vanuit de Taakgroep Wetenschappelijk Werk verder aandacht kan worden besteed. Voorts kwam eind 1974 de mogelijkheid in het zicht om begin 1975 een part-time kracht speciaal voor dit werk aan te stellen, zodat wij mogen verwachten, dat het in 1975 zal lukken dit werk verder tot ontplooiing te brengen.
Onze docenten aan de bijzondere leerstoelen aan de universiteiten van Leiden en Utrecht en de Technische Hogeschool te Delft zetten ook in 1973 en 1974 hun kolleges voort. Het waren prof. Van Praag in Leiden, prof. Van Dooren in Delft en Dr. Wichers (lektor) in Utrecht. Het tijdschrift ‘Rekenschap’ bleef onveranderd met één nummer per kwartaal verschijnen. Eind 1974 bestond de redaktie uit: J.C. Brandt Corstius, H. Freudenthal, M. Knap, J. van Londen, J.P. van Praag, B.W. Schaper, P. Spigt, R. Tielman en P. Krug.

1975-1976

Het [curatorium] bracht een nota uit over mogelijkheden tot een andere aanpak van de presentatie van humanistisch denken aan de universiteiten en hogescholen, met name gericht op een betere integratie van de leerstoelen zowel binnen de universiteiten of hogeschool als binnen het Verbond zelf.

Begin 1975 bestond de taakgroep Wetenschappelijk Werk uit: A. den Broeder, R. van Kamp, A. van Kreveld, M. Fresco, M. Knap, J. de Leede, F. Selier en R. Sorgedrager. In dat jaar trokken Knap en Sorgedrager zich terug en traden G. Kosse en J.W.H.B. Sentrop tot de taakgroep toe. Deze samenstelling bleef in 1976 gehandhaafd. Tevens kon per 1 april 1975 een part-time functionaris worden aangesteld in de persoon van mevrouw H. Lommen-van Alphen.
In oktober 1975 werd een conferentie gehouden over het thema ‘Huwelijk/gezin en alternatieve vormen’. Aan het forum, dat de vragen van de deelnemers beantwoordde, werkten mee: mevrouw P. Wassen, A. den Broeder, G.A. Kooy en F. Selier. Het aantal deelnemers bedroeg 74. In mei 1976 was het thema van de jaarlijkse conferentie: ‘De relatie tussen levensovertuiging en politiek’. Het forum bestond uit: J.F. Glastra van Loon, R. van Kamp, J. de Leede en H.A. Molleman. Het aantal deelnemers was 60. Voor beide conferenties werd een andere dan de traditionele methodiek gekozen. Er werden geen inleidingen gehouden, de te bespreken stof werd van te voren aan de deelnemers toegezonden in de vorm van een documentatiemap. Voordelen zijn dat er veel meer tijd beschikbaar is voor groepsgesprekken en dat het geproduceerde documentatiemateriaal direct beschikbaar is voor gebruik in de gemeenschappen. Toch rijst bij de organisatoren de vraag of de aangeboden stof - naar de bedoeling van een wetenschappelijke conferentie - voldoende kritisch wordt verwerkt en aangevuld. Voorts werd door de taakgroep meegedacht over de programmering van de conferentie van 16 oktober 1976 over ‘De mogelijkheden van het humanisme in het geestelijk-maatschappelijk klimaat van de komende tijd’. Tenslotte werd meegewerkt aan een conferentie van de Internationale School voor Wijsbegeerte over het onderwerp ‘De achtergronden van liberalisme en socialisme’, eind november 1976.
Een drietal onderwerpen, waaraan veel aandacht werd besteed, waren: ‘humanistisch mensbeeld’, ‘humanisme en arbeid’ en ‘beroepsethiek’ met de bedoeling daarover een publikatie tot stand te brengen en eventueel een conferentie te organiseren. In de verslagperiode kwam dit nog niet tot tastbare resultaten. In mei 1976 startte een wetenschappelijke studiegroep, ‘Socrates-colloquium’ genaamd, die ten doel heeft actuele onderwerpen uit de wetenschap te bezien vanuit humanistisch oogpunt.
De colleges vanuit onze bijzondere leerstoelen aan de universiteiten te Leiden en Utrecht en de T.H. te Delft werden voortgezet door respectievelijk: Prof. Dr. Van Praag, Dr. Wichers en Prof. Van Dooren. Het curatorium voor de leerstoelen bestond eind 1976 uit: J.C. Brandt Corstius, M. Fresco, E.W. Hommes, G.A. Kooy en P. Thoenes. Het bracht een nota uit over mogelijkheden tot een andere aanpak van de presentatie van humanistisch denken aan de universiteiten en hogescholen, met name gericht op een betere integratie van de leerstoelen zowel binnen de universiteiten of hogeschool als binnen het Verbond zelf. De realisatie van een dergelijk plan is afhankelijk van het beschikbaar zijn van een speciale, part-time functionaris.
Het driemaandelijks tijdschrift voor wetenschap en cultuur ‘Rekenschap’ bleef regelmatig verschijnen. In de beide jaargangen verschenen belangwekkende beschouwingen o.m. over: humanistische psychologie, strafrechtpleging, humanistische begeleiding, ethiek, democratie en onderwijsproblematiek. Het aantal abonnementen - 714 - is niet in overeenstemming met de functie, die dit tijdschrift vanuit de humanistische beweging wil vervullen.

1977-1978

Begin 1977 bestond de taakgroep Wetenschappelijk Werk uit: A.L. den Broeder, R. van Kamp, A. van Kreveld (voorzitter), M. Fresco, J. de Leede, F. Selier, G. Kosse en J.W. Sentrop. In de verslagperiode verlieten verschillende leden deze groep en traden anderen toe, waardoor de samenstelling per eind 1978 als volgt was: A. van Kreveld (voorzitter), J. de Leede, W.A. van Duijl, J. Varkevisser, J.W. Sentrop, J. de Vries. Bovendien nam in 1978 E. Voogd als vertegenwoordiger van Humanitas aan de besprekingen deel. Een dergelijke plaats was ook beschikbaar voor De Vrije Gedachte, maar de vertegenwoordiger daarvan heeft helaas geen gelegenheid kunnen vinden een vergadering bij te wonen. De part-time functionaris ten behoeve van dit werkterrein, mevr. H. Lommen-van Alphen beëindigde haar taak op eigen verzoek per eind 1977; zij werd opgevolgd door B. Boelaars.
Op 1 oktober 1978 werd een conferentie gehouden over het thema ‘De betekenis van de factor arbeid voor de zingeving aan het bestaan’. De conferentie werd gevoed door een speciaal documentatie- en discussiecahier; het forum dat commentaar gaf op de resultaten uit de discussiegroepen, bestond uit A.L. den Broeder, E. Cools en H.G. Hamaker. Het aantal deelnemers bedroeg 60. Tevens werd gewerkt aan het onderwerp ‘De ethische aspekten van beroepscodes’, dat waarschijnlijk in 1979 kan worden afgerond.
De werkzaamheden vanuit onze bijzondere leerstoelen aan de universiteiten te Leiden en Utrecht en aan de T.H. te Delft werden op de gebruikelijke wijze voortgezet door resp. J.P. van Praag, J.A. Wichers en W. van Dooren. Het curatorium voor de leerstoelen bestond eind 1978 uit P. Thoenes (vz), G.A. Kooy, E.J. Hommes, M. Fresco en C. de Jager. Het driemaandelijks tijdschrift voor wetenschap en cultuur ‘Rekenschap’ bleef regelmatig verschijnen. In de beide jaargangen verschenen belangwekkende artikelen o.m. over Spinoza (een thema-nummer, dat afzonderlijk werd herdrukt), ‘t is geen leven zonder de dood, meta-taal van overtuigingen, de Russische revolutie, relationeel vormingswerk, de
crisis der rede, wie is de ander?, humanisme en arbeid (een thema-nummer), criminaliteit, de auto-biografie en vrijwilligers of dienstplichtigen.

1979-1980

Op het congres 1979 trad A. van Kreveld af als voorzitter. Hij werd opgevolgd door R. Diekstra. Overige bestuursleden waren E. van der Hoeven en P. Spigt. Tot een taakverdeling secretaris c.q. penningmeester is het niet gekomen In 1980 trad i.p.v. P. Spigt, B. van Eijndhoven toe.
De taakgroep wetenschappelijk werk was in deze periode als volgt samengesteld: R. Diekstra (voorzitter), E. v.d. Hoeven, B. van Eijndhoven, W.A. van Duyl, J. Varkevisser, J. de Vries, J.W. Sentrop en J. de Leede. De laatste twee hebben zich in de verslagperiode teruggetrokken. [...]
In 1979 hebben twee conferenties plaats gevonden: ‘Ethische aspecten van beroepscodes’ (7 april, besloten karakter, 13 deelnemers) en ‘Onderwijs en Levensbeschouwing’ (26/27 oktober, ong. 70 deelnemers). T.b.v. de laatste conferentie verscheen een themanummer van ‘Rekenschap’ (september I979). Van beide conferenties zijn verslagen gemaakt. Ook in ‘de Humanist’ zijn artikelen over de conferenties geplaatst. Voorts heeft de Taakgroep actief medewerking verleend aan de totstandkoming van het project ‘Zelfdoding’ en aan de ad hoc commissie ter voorbereiding van een nieuwe structuur inzake onze onderwijsopleidingen. Ook in
1980 werd de deelname aan beide zaken voortgezet. Verder konden in 1980 weinig vorderingen worden gemaakt. Voor een belangrijk deel was dat het gevolg van het geringe aantal deelnemers van de taakgroep, die bovendien zodanig bezet zijn dat afzeggingen voor vergaderingen regelmatig moesten worden genoteerd. Bovendien bleek ondersteuning door één functionaris voor één dag per week erg weinig, op grond waarvan voor 1981 twee dagen zijn aangevraagd, die inmiddels door het hoofdbestuur zijn toegezegd. Nieuwe plannen voor conferenties zijn: vrijheidsrechten (‘Hoe tolerant is Nederland?’) en ‘een humanistische visie op sexualiteit en relaties’. Met het inmiddels van start gegane Humanistisch Studiecentrum Nederland bestaan contacten om dubbel werk te voorkomen.
Het driemaandelijkse tijdschrift voor wetenschap en cultuur ‘Rekenschap’ bleef regelmatig verschijnen en mocht zich in toenemende belangstelling verheugen. Met ingang van de jaargang 1980 is een nieuwe vormgeving gerealiseerd. Eind 1979 kon een speciale uitgave worden gerealiseerd: ‘Op de drempel van 1980', een geactualiseerde overdruk van de in 1979 verschenen editorials van Dr. B.W. Schaper. Actieve abonnementenwerving resulteerde in een verhoging van de 'oplage van 800 naar 1000 exemplaren. Voor studenten en jongeren werd een gereduceerd tarief ingesteld. Als redactiesecretaris bleef B. Boelaars gedurende deze verslagperiode in dienst.
De leerstoelen van Van Dooren (Delft) en Wichers (Utrecht) bleven gehandhaafd, terwijl Van Praag (Leiden) zijn bijzondere hoogleraarschap in de wijsgerige antropologie, in het bijzonder met betrekking tot humanistiek, na 13 jaar heeft neergelegd. Zijn afscheidscollege op 13 november 1979 trok veel belangstelling, ook in de pers (o.a. de NRC). Het college werd als aparte brochure uitgegeven in een oplage van 1000 exemplaren. Voorts is het afgedrukt in ‘Rekenschap’. In verband met de opvolging van Van Praag verscheen een advertentie in ‘de Humanist’. De reacties werden beoordeeld door een sollicitatiecommissie bestaande uit de hoogleraren Brandt Corstius, Kooy en Diekstra. Zij hebben Dr. M.F. Fresco uit Oegstgeest bij het College van Bestuur te Leiden voorgedragen om Van Praag op te volgen. Fresco is werkzaam als wetenschappelijk medewerker van de Centrale Interfaculteit te Leiden en is ex-secretaris van het Curatorium. De belangstelling voor de colleges van Van Praag is altijd zeer redelijk geweest. Van Dooren in Delft kon ook rekenen op ruime interesse; de afgelopen jaren volgden steeds zo'n 30 à 40 studenten het programma dat gedeeltelijk plaatsvindt in werkgroepverband. In verband daarmee is Van Dooren een tijdelijk student-assistent toegewezen. Wichers heeft zich in het kader van zijn bijzonder docentschap vooral geconcentreerd op het onderzoek ‘humanisme en buitenkerkelijkheid’, dat bij gelegenheid van het tweejaarlijks congres van het H.V. in april 1979 is gepubliceerd. Een verder reikend vervolgonderzoek heeft in de loop van 1980 plaatsgevonden. Intussen is een vierde bijzondere leerstoel gerealiseerd: in Twente. Daar is Drs. L. Reerink in 1980 begonnen met een eerste serie colleges. [...] De samenstelling van het Curatorium is in de afgelopen periode een grote zorg geweest. Het oude college, bestaande uit Brandt Corstius, Thoenes, Hommes, Fresco, Kooy en De Jager, is geleidelijk afgetreden. Na interventie van de algemeen voorzitter is een nieuw college samengesteld, bestaande uit Diekstra, mw. M. Rood-de Boer en de heren Soeteman en Zoutendijk. Er is nog geen secretaris.

1981-1982

De stichting heeft voorts plannen ontwikkeld om aan meer universiteiten en hogescholen bijzondere leerstoelen gevestigd te krijgen. [...] In het kader van de door het Humanistisch Verbond nagestreefde gelijkberechtiging zijn niet alleen meer humanistische leerstoelen gerechtvaardigd, ook streeft de stichting de realisatie na van een volwaardige universitaire opleiding humanistiek in tenminste één vestigingsplaats.

De samenstelling van het stichtingsbestuur is sinds het congres 1981 als volgt: E. van der Hoeven (voorzitter), A. den Broeder, W. van Duyl en B. van Eijndhoven. Part-time functionaris was B. Boelaars. Sinds 1 januari 1983 is J. Duyndam als part-time functionaris aangesteld in het kader van zijn vervangende militaire dienstplicht; deze aanstelling zal anderhalf jaar duren.
Na een periode van stagnatie is in de afgelopen verslagperiode een poging gewaagd de verdieping van het humanisme via de Stichting Socrates nieuw leven in te blazen. Onder aanvoering van een nieuw bestuur werd een beleidsplan opgesteld, dat enerzijds een versterking beoogde van een reeds goed lopende activiteit (het tijdschrift ‘Rekenschap’), anderzijds nieuwe vormen op gang wilde brengen om de fundamentele discussies die in een levensbeschouwelijke vereniging voortdurend gevoerd moeten worden, mogelijk te maken. Dat laatste is getracht door maandelijkse symposia te organiseren, waarop wezenlijke thema’s als opvoeding, emancipatie, de verhouding mens-plant-dier, redelijk denken, humanisme als levensstijl, nihilisme en arbeid aan de orde zijn gesteld. In het kader van de herziening van het Humanistisch Perspectief is geprobeerd studiegroepen te formeren als vervolg op deze symposia. Rond de thema’s emancipatie, redelijk denken en arbeid konden inderdaad dergelijke groepen worden gevormd. Naar aanleiding van de vele discussies in het H.V. over de verhouding ethiek-politiek is in het najaar van 1981 een goed bezochte studiedag gehouden. Ter gelegenheid van deze dag was een informatiemap samengesteld die nog steeds met vrucht wordt gebruikt in discussies van gemeenschappen.
De stichting heeft voorts plannen ontwikkeld om aan meer universiteiten en hogescholen bijzondere leerstoelen gevestigd te krijgen. Thans zijn er vier humanistische leerstoelen: W. van Dooren in Delft (aantal studenten in het studiejaar 1981/1982: 180), M. Fresco in Leiden (aantal studenten: 20), A. Wichers in Utrecht (aantal studenten: 5) en L. Reerink in Enschede (aantal studenten: 45). In het kader van de door het Humanistisch Verbond nagestreefde gelijkberechtiging zijn niet alleen meer humanistische leerstoelen gerechtvaardigd, ook streeft de stichting de realisatie na van een volwaardige universitaire opleiding humanistiek in tenminste één vestigingsplaats.
Het driemaandelijks tijdschrift voor wetenschap en cultuur ‘Rekenschap’ bleef regelmatig verschijnen en mocht zich opnieuw in toenemende belangstelling verheugen, ook van de landelijke media. Artikelen over de christelijke vooringenomenheid van het ‘algemeen’ woordenboek Van Dale (december 1981) en over de sterk toegenomen buitenkerkelijkheid (december 1982) kregen ruim aandacht in de media. In juni 1982 verscheen een speciaal dubbelnummer ter herdenking van J.P. van Praag. Het aantal abonnees bleef de afgelopen periode rond de duizend; de losse verkoop van nummers nam licht toe. De redactie was samengesteld uit: J.C. Brandt Corstius (voorzitter), H. Bonger, E. v.d. Hoeven, T. Jorna, P. Krug, A. Nieuwland, L. Reerink, B.W. Schaper, R. Tielman en P. van Schaveren. Redactiesecretaris was B. Boelaars.

1983-1984

Een experiment was de eerste Socrateslezing, gehouden door P. Thoenes.

De samenstelling van het stichtingsbestuur is sinds het kongres 1983 vrijwel ongewijzigd gebleven: A. den Broeder (voorzitter), B. van Eijndhoven, E. van der Hoeven en W. van Duyl. Medio 1984 trad J. de Leede tot dit bestuur toe, begin 1985 gevolgd door J. Riemersma (die al deel uitmaakte van het Curatorium). Mede vanwege de continuïteit moesten de statuten worden aangepast, toen enkele bestuursleden uit het HB waren getreden. De statuten werden tevens aangepast conform de vastgestelde model-statuten voor werkstichtingen. Het buro van de stichting, ondergebracht in het Erasmushuis, werd ook deze periode gevoerd door B. Boelaars [...], tijdelijk geassisteerd (tot medio 1984) door J. Duyndam ([...]] in het kader van vervangende militaire dienstplicht).
Het in de vorige verslagperiode in gang gezette beleid is met matig succes voortgezet. Het accent lag op de continuering van ‘Rekenschap’ en de vier bijzondere leerstoelen. Daarnaast is veel voorbereidend werk verzet om een universitaire studierichting humanistiek aan de Rijksuniversiteit Utrecht gerealiseerd te krijgen, alsmede een cursus humanistiek aan de Open Universiteit. Er is een leerplan ontwikkeld dat naar verwachting in de komende verslagperiode zal leiden tot de start van humanistiek aan de universiteit.
In het seizoen 1983/1984 zijn zes symposia gehouden met als thema’s: pluriformiteit, het gezicht van het HV, zelfdoding, satire, tragiek en strukturalisme. Een experiment was de eerste Socrateslezing, gehouden door P. Thoenes. Naar aanleiding van eerder gehouden symposia funktioneerden twee studiegroepen: over redelijk denken en arbeid. Door het wegvallen van de tijdelijke funktionaris die als begeleider optrad, is aanzienlijke vertraging opgetreden in de publikatie van de rapporten van deze groepen. In het seizoen 1984/1985 zijn de symposia komen te vervallen. Tot deze keuze is mede besloten, omdat het bezoekersaantal van de symposia laag was in verhouding tot de tijd en energie die de organisatie van deze avonden vergden. Bovendien bleek de inhoudelijke opbrengst vaak gering.
De stichting is aktief betrokken geweest bij de beleidsdiskussies van de afgelopen jaren. Een bijzondere bijdrage is geleverd aan de financiële onderzoekskommissie en de werkgroep ter verbetering van het management. Ook is een plan ontwikkeld om de stichting fasegewijs te doen uitgroeien tol een volwaardig humanistisch wetenschappelijk buro. Gebrek aan middelen en menskracht staat realisering voorlopig in de weg. Het bestuur heeft bij het dagelijks bestuur met klem gepleit voor de strukturele financiering van tenminste één volledige formatieplaats, helaas zonder enig resultaat. Aldus ziet het er naar uit dat de mogelijkheden van de Stichting Socrates ook in de nabije toekomst beperkt zullen blijven.
De aantallen studenten die werden bereikt via de bijzondere leerstoelen waren in 1982/1983: 100 in Delft, 72 in Enschede, 26 in Leiden en 13 in Utrecht; in 1983/1984: 50 in Delft, 30 in Enschede, 12 in Utrecht en 10 in Leiden. De indruk bestaat dat de sterk toegenomen studielast als gevolg van de herstrukturering tot kleinere aantallen studenten heeft geleid. Begin 1985 ging A. Wichers in Utrecht met emeritaat. Zijn opvolging is inmiddels vrijwel rond. Het Curatorium, belast met het toezicht op de leerstoelen was als volgt samengesteld: mw. M. Rood-de Boer (voorzitter), J. Riemersma en G. van der Wal. Er zijn kontakten gelegd met de universiteiten van Maastricht en Groningen om ook daar tot bijzondere leerstoelen te komen. Vervolgens staan andere instellingen op het programma, maar realisering van nieuwe leerstoelen is een tijdrovende klus.
Ondanks de moeilijke situatie op de tijdschriftenmarkt wist het blad ‘Rekenschap’ door veel publiciteit (met name via ‘de Humanist’ en HV-radio) zijn abonneebestand op het peil van ruim 900 te houden. Daarnaast loopt een losse verkoop van gemiddeld 100 exemplaren. Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan is met subsidie van de Weezenkas een jubileumuitgave verschenen. Na jarenlange trouwe dienst hebben de redakteuren H. Bonger, J. Brandt Corstius en B. Schaper zich teruggetrokken. Nieuwe redakteuren zijn P. Cliteur, W. van Dooren en J. Sinke. De in deze verslagperiode gestarte rubriek ‘International’ - met overzichten uit de internationale humanistische pers - mocht zich in een gewaardeerde belangstelling verheugen. Met ingang van 1985 zijn de nummers gedeeltelijk gecentreerd rond aktuele thema’s. De redaktie stond onder voorzitterschap van A. Nieuwland en het sekretariaat werd gevoerd door B. Boelaars.

1985-1986

Er zij [...] op gewezen, dat de procedures om tot de vestiging van een bijzondere leerstoel te komen en vervolgens tot de benoeming van een bijzonder hoogleraar, lang zijn en met de grootste zorgvuldigheid doorlopen moeten worden. Snelle resultaten kunnen daarom moeilijk verwacht worden. Ze zijn bovendien i.v.m. het arbeidsintensieve karakter van de werkzaamheden en de geringe beschikbare formatieruimte bij de stichting Socrates uitgesloten.

Sinds het vorige HV-kongres zijn, mede in verband met verzoeken uit de vereniging in het verleden om de bezinnings- en verdiepingstaak beter te doen aansluiten bij wat er leeft in de vereniging én in samenhang met de reorganisatie van het centraal buro, enkele wijzigingen aangebracht in de taakstelling stichting. Per 1 januari 1987 is de bezinnings- en verdiepingstaak ondergebracht bij de CB-afdeling verenigingszaken. Dit betekent, dat de stichting Socrates haar werkzaamheden thans in hoofdzaak richt op de uitgave van het wetenschappelijke tijdschrift ‘Rekenschap’ en op de vestiging en instandhouding van bijzondere leerstoelen aan Nederlandse universiteiten. Over de invulling van de bezinnings- en verdiepingstaak van de stichting in de afgelopen twee jaar kan worden vermeld, dat is getracht die aktiviteiten te ontwikkelen, die zich behalve in de belangstelling van een breed publiek ook zouden kunnen verheugen in een grote belangstelling binnen de vereniging. Gezien het welslagen van bijvoorbeeld de Socrateslezing 1985, die werd gehouden door I. Weeda, en de Socrateslezing 1986 van J. Kruithof, alsmede de grote vraag naar het boek ‘De geschiedenis van het Humanistisch Verbond’ (1986), dat tot stand kwam onder auspiciën van de stichting Socrates [...] mag in de toekomst een intensivering van de aktiviteiten op deze terreinen worden verwacht.
Waar het gaat om de vestiging van nieuwe bijzondere leerstoelen en de herbezetting van vakante posten wijst de stichting op de benoeming van R. Tielman aan de Rijksuniversiteit Utrecht. De bijzondere leeropdracht aan de Technische Universiteit Twente wordt sinds 1-9-1986 vanwege het vertrek van L. Reerink niet meer vervuld, maar aan een opvolging wordt gewerkt. De werkzaamheden om te komen tot de vestiging van bijzondere leerstoelen aan universiteiten, waar het Humanistisch Verbond tot nu toe niet vertegenwoordigd was, hebben alleen in Wageningen tot een konkreet resultaat geleid.
Wel is er sprake van gestage vorderingen in Maastricht. Er zij in dit verband op gewezen, dat de procedures om tot de vestiging van een bijzondere leerstoel te komen en vervolgens tot de benoeming van een bijzonder hoogleraar, lang zijn en met de grootste zorgvuldigheid doorlopen moeten worden. Snelle resultaten kunnen daarom moeilijk verwacht worden. Ze zijn bovendien i.v.m. het arbeidsintensieve karakter van de werkzaamheden en de geringe beschikbare formatieruimte bij de stichting Socrates uitgesloten. De vertraging, die is opgetreden bij de realisering van een kursus Humanistiek aan de Open Universiteit is overigens te wijten aan een gebrek aan financiële middelen.
Over de aantallen studenten, die via de bijzondere leerstoelen bereikt werden, kan het volgende worden opgemerkt: in het studiejaar 1984/1985 ging het in Delft (docent: W. van Dooren) om 50 studenten, in Leiden (docent: M. Fresco) om 15 studenten, in Enschede (docent: L. Reerink) om 25 studenten. In Utrecht nam de docent À. Wichers op 23-1-1985 voor een gehoor van 200 studenten, kollega’s en andere belangstellenden afscheid als bijzonder hoogleraar. Zijn afscheidskollege was getiteld ‘Humanisme en het Humanistisch Verbond in het Nederlandse kulturele bestel’. In de doceerperiode 1985/1986 werden de kolleges in Delft door 100 studenten bezocht en die in Leiden door 10 studenten.
De uitgave van ‘Rekenschap’ is in de afgelopen kongresperiode op suksesvolle wijze gekontinueerd. De oplage van het tijdschrift is relatief sterk gestegen tot 1300 eksemplaren, waarvan er ruim duizend naar abonnees gaan. Bovendien is tweemaal met financiële steun van de stichting Weezenkas een bijlage gerealiseerd, opdat bekendheid kon worden gegeven aan de situatie, waarin de humanistische geestelijke verzorging verkeert, met die in de krijgsmacht als voorbeeld, en aan de toespraken, die de Amerikaanse schrijfster Marilyn French en de Noorse vredesonderzoeker Johan Galtung tijdens het wereldkongres van de IHEU in augustus 1986 in Oslo hielden. Er is voortgebouwd op de eind 1984 ingestelde themaformule en de indruk bestaat dat deze suksesvol was. De volgende thema's zijn aan de orde geweest: de staat als zedenmeester, medische ethiek, humanistische geestelijke verzorging met bijlage over HGV in de krijgsmacht, geloven, 40 jaar Humanistisch Verbond, redelijk denken, literatuur en biologie en ethiek.
De samenstelling van het bestuur van de stichting Socrates is sinds1985 gewijzigd. B. van Eijndhoven, E. v.d. Hoeven, W. v. Duyl en J. Riemersma verlieten het bestuur, terwijl P. Doorn en J. Moll toetraden. Het bestuur op 31-12-1986 werd gevormd door A. den Broeder (voorzitter), P. Doorn, J. de Leede en J. Moll. Ook de redaktie van ‘Rekenschap’ kreeg in de afgelopen twee jaar een andere samenstelling. L. Reerink en J. Stoof traden uit de redaktie. Als nieuwe leden van de redaktie werden mevr. E. Jacobs en W. de Ruiter verwelkomd. De redaktie van ‘Rekenschap’ wordt thans gevormd door P. Cliteur, W. van Dooren, E. van der Hoeven, mevr. E. Jacobs, P. Krug, A. Nieuwland (voorzitter), W. de Ruiter, J. Sinke en R. Tielman. Het Curatorium van de stichting Socrates, dat belast is met het toezicht op de bijzondere leerstoelen, is als volgt samengesteld: mevr. M. Rood-de Boer (voorzitter), J. Sixma, E. Warries, J. Moll en R. van Haersolte. B. Boelaars nam afscheid als funktionaris van de stichting Socrates (per 1-9-1986) en als redaktiesekretaris van ‘Rekenschap’ (per 1-1-1987). Zijn taken werden overgenomen door A. Hielkema.

1987-1988

In Wageningen is een nieuwe leerstoel tot stand gekomen: ‘Humanistische wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot de relatie tussen mens en natuur’. [...] Over nieuwe bijzondere leerstoelen is de stichting in overleg getreden met de Universiteit Twente (politieke filosofie), de Rijksuniversiteit Limburg (informatica, inmiddels maart 1989 toegewezen), de Universiteit van Amsterdam (medische ethiek) en de Erasmusuniversiteit Rotterdam (kunst).

De bezinningstaak van de stichting Socrates is per 1 januari 1987 ondergebracht in de afdeling verenigingszaken. Er werden vier landelijke activiteiten georganiseerd: een manifestatie over leven en werk van de Oostenrijkse schrijver/journalist Joseph Roth (door R. de Ruig), een lezing over de Italiaanse filosoof Pomponazzi (door W. van Dooren), de Socrateslezing over ‘humanisme en levensstijl’ (door J. Glastra van Loon, 220 belangstellenden) en de Socrateslezing over ‘Individualisering en solidariteit’ (door À.L. den Broeder, 110 belangstellenden). [...] [De tekst van de Socrateslezingen vond ruimschoots zijn weg en ook de externe publiciteit is groot geweest.] [Bij de organisatie van de Socrateslezingen is een commissie betrokken voor de begeleiding.] Rond de thema’s van de Socrateslezingen zijn landelijke projecten van start gegaan waarbij ook de diensten, werkvelden en gemeenschappen zijn betrokken. Hiermee is de aandacht voor bezinning in het Humanistisch Verbond weer gaan toenemen. De grote belangstelling voor de [eerdere] Socrateslezingen wees daar al op.
Het gestaag toenemende aantal abonnees op ‘Rekenschap’ wijst in dezelfde richting [van 964 begin 1987 naar 1057 eind 1988]. Niettemin is het financieel onhaalbaar gebleken om het tijdschrift tweemaandelijks te doen verschijnen. Gewerkt is aan een verbeterde vormgeving, die leidde tot een vernieuwing per maart 1988. Het brede, algemeen culturele karakter van ‘Rekenschap’ bleef gehandhaafd, evenals de formule om te werken met themanummers. [De nummers van ‘Rekenschap’ zijn thema-nummers over onderwerpen die binnen de humanistische beweging actueel zijn. Naast de thema-artikelen bevat elk nummer één of meer op zichzelf staande artikelen, waarin humanistische standpunten t.a.v. maatschappelijke vraagstukken verwoord zijn.] [De thema-nummers van ‘Rekenschap’ in de afgelopen twee jaar gingen over: anarchisme en vrijdenken, eenzaamheid, kernbewapening, taal als machtsmiddel, religieus humanisme, humanisme en de romantiek, holisme, en humanisme en levensstijl.]
Met grote inzet is in bestuur en Curatorium gewerkt aan de bevordering van bijzondere leerstoelen. De leerstoel in Utrecht is in 1987 weer bezet; prof. dr. R. Tielman heeft inmiddels zijn inaugurele rede gehouden. In Wageningen is een nieuwe leerstoel tot stand gekomen: ‘Humanistische wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot de relatie tussen mens en natuur’. Benoemd is prof. dr H. Achterhuis. Over nieuwe bijzondere leerstoelen is de stichting in overleg getreden met de Universiteit Twente (politieke filosofie), de Rijksuniversiteit Limburg (informatica, inmiddels maart 1989 toegewezen), de Universiteit van Amsterdam (medische ethiek) en de Erasmusuniversiteit Rotterdam (kunst). Helaas is het niet gelukt voortgang te bewerkstelligen in ons streven een bijzondere cursus humanistiek te realiseren aan de Open Universiteit; van de zijde van de Open Universiteit is voorlopig geen geld beschikbaar voor dit type cursussen. [...]

1989-1990

Juist de gecompliceerde aard van de procedures maakt het werk van de stichting Socrates intensief en tijdrovend, zonder dat dit goed is terug te zien in aansprekende bezinningsactiviteiten ten behoeve van de humanistische beweging.

Het doel van de stichting Socrates is de bevordering van wetenschap en cultuur, in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levens- en wereldbeschouwing. Een ruimere omschrijving hiervan is:
- de doordenking van de wetenschappelijke en culturele achtergrond van het moderne humanisme bevorderen,
- de mogelijkheden scheppen voor een uitwisseling van gedachten omtrent fundamentele vragen waarvoor het humanisme geplaatst wordt en
- door publikaties op wetenschappelijk niveau het moderne humanisme verdiepen en verbreiden.
In de afgelopen congresperiode trachtte de stichting Socrates dit te bereiken door:
- het vestigen en onderhouden van bijzondere leerstoelen bij Nederlandse universiteiten,
- de uitgave van publikaties, waaronder het kwartaalblad ‘Rekenschap’,
- het organiseren van de jaarlijkse Socrateslezing.
De grootste taak in het pakket van de stichting Socrates vormden in de afgelopen congresperiode de werkzaamheden ten behoeve van de bijzondere leerstoelen. Aan deze taak ligt het volgende beleid ten grondslag: door middel van de vestiging van bijzondere leerstoelen bij alle Nederlandse universiteiten wordt getracht de humanistische levens- en wereldbeschouwing zo duidelijk en doeltreffend mogelijk onder de aandacht te brengen van de Nederlandse universitaire studenten, docenten en onderzoekers. Verder wordt met deze bijzondere leerstoelen beoogd bij te dragen aan de wetenschappel1jke onderbouwing en ondersteuning van het humanisme in Nederland. Daarbij wordt een breed spectrum van specifieke werkterreinen van de bijzonder hoogleraren nagestreefd. De gedachte hierbij is dat het wenselijk is een zo groot mogelijk aantal aspecten van de hedendaagse samenleving ‘humanistisch te exploreren’. Dit wordt gezien als een bijdrage aan de kennis en het begrijpen van de hedendaagse samenleving en ook als een zaak van belang voor de humanistische beweging.
Op de door de stichting Socrates gevestigde en bezette bijzondere leerstoelen wordt toezicht gehouden door het curatorium van de stichting, dat jaarlijks de plannen van de bijzonder hoogleraren op het gebied van onderwijs en onderzoek bespreekt en een jaarverslag uitbrengt van de door de bijzonder hoogleraren ontplooide activiteiten. Inmiddels zijn er de volgende bijzondere leerstoelen vanwege de stichting Socrates:
- bij de Universiteit van Amsterdam: ‘Ethische aspecten van de gezondheidszorg, in relatie met de humanistische levens- en wereldbeschouwing’ (sinds 1989),
- bij de Technische Universiteit Delft: ‘Filosofie, in het bijzonder in verband met de humanistische levens- en wereldbeschouwing’ (sinds1951),
- bij de Rijksuniversiteit Leiden: ‘Wijsgerige antropologie en de grondslagen van het humanisme’ (sinds 1964),
- bij de Rijksuniversiteit Limburg: ‘Humanistische visies op mens en computer’ (sinds 1988),
- bij de Universiteit Twente: ‘Politieke filosofie, in het bijzonder de humanistische bezinning op politieke vraagstukken’ (sinds 1989),
- bij de Rijksuniversiteit Utrecht: ‘Sociale en culturele aspecten van het humanisme’ (sinds 1980 als voortzetting van een bijzonder lectoraat 1972-1980),
- bij de Landbouwuniversiteit Wageningen: ‘'Humanistische wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot de relatie tussen mens en natuur (sinds 1986).
De stichting Socrates voerde overleg met de Erasmusuniversiteit Rotterdam over de vestiging aldaar van een bijzondere leerstoel met als aandachtsveld: cultuurkritiek en de positie van kunst in de samenleving. Verder werd begonnen met de voorbereiding van de vestiging van bijzondere leerstoelen bij de Rijksuniversiteit Groningen en de Technische Universiteit Eindhoven.
In de afgelopen congresperiode heeft het bezetten dan wel herbezetten van de reeds gevestigde bijzondere leerstoelen grote aandacht gevraagd. Zo is R. Tielman na een eerste benoemingsperiode van drie jaar voor drie jaar herbenoemd als bijzonder hoogleraar bij de Rijksuniversiteit Utrecht. In de persoon van M. van Nierop is een opvolger gevonden voor M. Fresco die in verband met het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd terugtrad als bijzonder hoogleraar bij de Rijksuniversiteit Leiden. Verder werden benoemingen bij de Universiteit Twente, de Rijksuniversiteit Limburg en de Universiteit van Amsterdam voorbereid, waarbij soms om diverse redenen problemen ontstonden die tot vertragingen in de toch al zeer gecompliceerde procedures leidden. Juist de gecompliceerde aard van de procedures maakt het werk van de stichting Socrates intensief en tijdrovend, zonder dat dit goed is terug te zien in aansprekende bezinningsactiviteiten ten behoeve van de humanistische beweging. Van de openbare bijeenkomsten in het kader van het werk van de stichting Socrates in de afgelopen congresperiode kunnen genoemd worden: de inaugurele rede van H. Achterhuis als bijzonder hoogleraar bij de Landbouwuniversiteit Wageningen in maart 1990 en het afscheidscollege van M. Fresco als bijzonder hoogleraar bij de Rijksuniversiteit Leiden in oktober 1990. [In 1988-1989 kon de werktijd ten behoeve van de stichting Socrates gedurende een jaar uitgebreid worden in het kader van het vijfjarige project ‘Bijzondere leerstoelen aan alle universiteiten’ waartoe het congres eerder had besloten. In deze periode werd de vestiging afgerond van bijzondere leerstoelen bij de Rijksuniversiteit Limburg, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Twente.]
Voor de jaarlijkse Socrateslezingen op de tweede dinsdag van december bestaat steeds grote belangstelling. Elk jaar worden minimaal 175 toegangskaarten aangevraagd. Getracht wordt het effect van de Socrateslezing in de vereniging van het Humanistisch Verbond te maximaliseren door de afdelingen / gemeenschappen de mogelijkheid te bieden degene die de lezing heeft gehouden uit te nodigen om in regionaal verband aspecten van het in de Socrateslezing behandelde thema nader uit te werken. Eerste doelgroep van de Socrateslezing is (het kader van) de vereniging van het Humanistisch Verbond. Er wordt dan ook in de lezing ingegaan op thema’s die met name in het Humanistisch Verbond actueel zijn. Verder is het ook aan de diensten van het Humanistisch Verbond om het thema van de Socrateslezing zo mogelijk nader uit te werken. Door de stichting Socrates gebeurde dit met de Socrateslezing 1988 van A. den Broeder over ‘Individualisering en solidariteit’: [...] met medewerking van auteurs uit de kring van de stichting Socrates kwam in 1990 bij uitgeverij Boom het boek ‘Welzijn zonder grenzen’ uit waarin het thema ‘Individualisering en solidariteit’ werd geplaatst in het perspectief van de Europese integratie. In de afgelopen congresperiode werd in 1989 de Socrateslezing gehouden door het hoofdbestuurslid van het Humanistisch Verbond mevr. G. den Ouden-Dekkers (humanisme en feminisme) en in 1990 door de bijzonder hoogleraar vanwege de stichting Socrates bij de Rijksuniversiteit Utrecht, R. Tielman (kritiek op het humanisme). De teksten van de Socrateslezingen zijn voor belangstellenden gratis beschikbaar. In 1990 verliep voor het eerst de verspreiding van de Socrateslezing via ‘De Humanist’: in het februarinummer 1991 werd de lezing integraal opgenomen. [...]