geschiedenis stichting socrates




De stichting Socrates tussen 1985 en 2005

een impressie van André Hielkema - zomer 2005

In 1950 richtte het Humanistisch Verbond (HV) zijn werkstichting Socrates op, met als doel voor het Verbond te functioneren als een cultureel en wetenschappelijk bureau. De stichtingsstatuten zeiden letterlijk: ‘De stichting functioneert als de stichting voor wetenschap en cultuur van het Humanistisch Verbond en heeft als zodanig ten doel de bevordering van wetenschap en cultuur, en in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levens- en wereldbeschouwing.’ Met deze taak maakt de stichting Socrates zich nog steeds nuttig.

Na haar oprichting volgden onderzoeken, conferenties, rapporten, adviezen van (studiegroepen en commissies van) de stichting elkaar op, over het recht op crematie, echtscheiding, euthanasie, over de arbeid, de rechtsstaat, de moderne letterkunde, over hulp bij zelfdoding. Verder was er vanouds de taak voor de stichting om bij universiteiten humanistische bijzondere leerstoelen te vestigen en te onderhouden. Bijna twintig jaar organiseerde de stichting bovendien de jaarlijkse Socrateslezing, met sprekers als Hans Achterhuis, Trudy van Asperen, Rosi Braidotti, Arie den Broeder, Jan-Willem Duyvendak, Jan Glastra van Loon, Jo Groebel, Cox Habbema, Arjo Klamer, Harry Kunneman, Annemarie Mol, Greetje den Ouden, Anil Ramdas, Rob Tielman, Piet Thoenes en Iteke Weeda. Tegenwoordig is de Socrateslezing een activiteit van de Humanistische Alliantie en de stichting Socrates is daar nu ook een onderdeel van. Het driemaandelijkse wetenschappelijke tijdschrift Rekenschap, dat oorspronkelijk, vanaf 1951, werd uitgebracht door de stichting, is eveneens terecht gekomen bij de Humanistische Alliantie: het is in 2000 samengegaan met het blad Praktische Humanistiek in het onder auspiciën van de Alliantie uitgegeven Tijdschrift voor Humanistiek.
Tegenwoordig houdt de stichting Socrates zich vooral bezig met het vestigen en onderhouden van humanistische bijzondere leerstoelen bij Nederlandse openbare universiteiten, alsmede bij de Universiteit voor Humanistiek. Deze taak past bij uitstek binnen de oorspronkelijke wetenschappelijke taakstelling van de stichting. De stichting is inmiddels zelfs één van de grotere spelers op dit werkterrein geworden, met elf bijzondere leerstoelen en participatie in de schriftelijke leergang 'Cultuurfilosofie vanuit levensbeschouwelijke perspectieven' van de Open Universiteit, als equivalent van een bijzondere leerstoel.

Wat zijn bijzondere leerstoelen?
Bijzondere leerstoelen zijn van oorsprong levensbeschouwelijke hoogleraarschappen bij openbare Nederlandse universiteiten. Ze werden mogelijk gemaakt door een wet uit 1905, toen het kabinet van de gereformeerde voorman Abraham Kuyper regeerde. Op de ‘neutrale’ Nederlandse universiteiten zou met bijzondere leerstoelen toch een protestants, maar ook - zo bleek al snel - een katholiek geluid kunnen klinken, met name voor de eigen confessionele ‘studenten-achterbannen’. Toen het humanisme als levensbeschouwing na de Tweede Wereldoorlog georganiseerd raakte, is ervoor gekozen ook gebruik te maken van de mogelijkheden die de wet van 1905 bood, voor het vestigen van humanistische bijzondere leerstoelen, met de stichting Socrates als uitvoerende instantie. De katholieke Radboudstichting vestigt en onderhoudt tegenwoordig katholieke bijzondere leerstoelen en (onder andere) de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte protestantse. Zij zijn als het ware zusterinstellingen van de stichting Socrates, maar inmiddels zijn ze niet meer de enige: vanuit allerlei levensbeschouwingen opereren er organisaties op het gebied van bijzondere leerstoelen.
Bijzonder hoogleraren vanwege de humanistische stichting Socrates worden steeds voor een bepaalde periode, meestal vijf jaren, in een kleine deeltijdbaan aangesteld bij een universiteit, op basis van een beperkte onkostenvergoeding van de stichting. De betreffende universiteit moet de stichting dan wel eerst bevoegd verklaren om een bijzondere leerstoel te vestigen, maar voor universiteiten is het aanbod van de stichting meestal aantrekkelijk, omdat door middel van een Socrates-leerstoel vrijwel zonder kosten voor die universiteit een vakgebied wordt verzorgd dat in het reguliere onderwijs niet of (te) weinig aan bod komt. Het gaat dan onder andere om specifieke terreinen op het gebied van humanisme (tot in de jaren 1980) en om actuele maatschappelijke vraagstukken in relatie tot het humanisme (sinds de tweede helft van de tachtiger jaren). Zo luidde de Utrechtse Socrates-leeropdracht uit 1972 bijvoorbeeld nog ‘Sociale en culturele aspecten van het humanisme’, terwijl in de Wageningse leeropdracht van 1986 natuur en milieu in samenhang met humanisme centraal stonden, en daarna in Maastricht bijvoorbeeld mens en computer, in Amsterdam (UvA) medische ethiek, in Groningen zorgethiek, en tegenwoordig in zowel Eindhoven als Amsterdam ethiek van de levenswetenschappen. De wijsbegeerte is meestal de ingangshoek voor de Socrates-leerstoelen, maar soms ook de sociale wetenschappen of de letteren.
Onderwijs in de vorm van facultatieve colleges voor studenten en ook andere belangstellenden was traditioneel de hoofdtaak van de Socrates-hoogleraren. Dit aspect heeft zich in de loop der jaren bij sommige leerstoelen duidelijk verbreed, bijvoorbeeld naar het op zich nemen van onderwijs dat deel uitmaakt van het verplichte onderwijsprogramma van een studierichting of naar het begeleiden van promovendi. Onderzoek en maatschappelijke dienstverlening behoren ook duidelijk tot het takenpakket van de Socrates-hoogleraren. In een enkel geval kan het voorkomen dat een Socrates-hoogleraar tijdelijk of voor een langere periode aan onderzoek of maatschappelijke dienstverlening (deelname aan het publieke debat) meer tijd besteedt dan aan het geven van onderwijs. Essentieel is dat er in voldoende mate een bijdrage geleverd wordt aan het bevorderen van wetenschap en cultuur, in het bijzonder met betrekking tot de humanistische levens- en wereldbeschouwing. Daaruit moet inhoudelijk de waarde van de Socrates-leerstoelen bestaan. Dit houdt onder andere in dat de Socrates-hoogleraren zich in hun activiteiten afficheren en profileren als humanist. (1)

Voordelen
Door steeds met nieuwe leeropdrachten te komen (en ook door oude leeropdrachten aan te passen) heeft de stichting Socrates in de afgelopen twintig jaar geprobeerd humanisme te blijven verbinden met klemmende, actuele maatschappelijke kwesties, bij voorkeur op uiteenlopende terreinen. Bij de invulling en bezetting van de Socrates-leerstoelen voert de stichting altijd nauw overleg met de betrokken faculteiten en capaciteitsgroepen, zodat tevoren zeker gesteld is, dat de bijzonder hoogleraren die de stichting aantrekt, van harte welkom zijn op hun nieuwe werkplek.
Behalve dat het door het aanvullende onderwijsaanbod van de stichting en door deze goede afstemming met de betrokken instanties van de verschillende universiteiten voor die universiteiten zelf aantrekkelijk is om de vestiging van een Socrates-leerstoel toe te staan, zijn er voor diverse partijen meer voordelen. Zo mag de bijzonder hoogleraar, die meestal universitair (hoofd-)docent aan een andere universiteit is, zich nu hoogleraar noemen, krijgt hij / zij het promotierecht en bewijst hij / zij ‘professorabel’ te zijn. Tal van Socrates-hoogleraren zijn na verloop van tijd doorgestroomd naar een gewoon hoogleraarschap.
En voor de humanistische beweging in Nederland is er het voordeel dat zij kan beschikken over een netwerk van specialisten in vaak zeer ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken die gerelateerd kunnen worden aan de kernthema’s van het humanisme. Dit zo belangrijke intellectuele netwerk laat zich niet slechts beschrijven door de zittende bijzonder hoogleraren vanwege de stichting simpelweg te noemen: zij hebben meestal ook voorgangers op hun posten, ze hebben hun eigen netwerken, er zijn commissies van externe deskundigen die toezicht houden op hun functioneren, er zijn de leden van het bestuur van de stichting Socrates, die ook weer hun eigen netwerken hebben enzovoorts. Door dit netwerk worden vanuit humanistisch perspectief op uiteenlopende wijzen bijdragen geleverd aan actuele maatschappelijke discussies.
Dat kwam in de loop der jaren onder andere naar voren in tal van publicaties en andere uitingen van Socrates-hoogleraren als Wouter Achterberg, Hans Achterhuis, Paul Cliteur, Govert den Hartogh, Adriaan van der Staay, Rob Tielman, Ruut Veenhoven en Marian Verkerk. Verder kan gewezen worden op de oraties van Nasr Abu Zayd in 2004, Anne Ruth Mackor in 2005 en Bob de Graaff in 2006 die zij hielden bij hun aantreden als Socrates-hoogleraar bij respectievelijk de Universiteit voor Humanistiek, de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit Utrecht. De Socrates-hoogleraren Annemarie Mol (Universiteit Twente) en Heleen Pott (Erasmus Universiteit Rotterdam) leverden met regelmaat filosofische commentaren op uiteenlopende onderwerpen voor het landelijke dagblad Trouw. Ook themanummers van het Tijdschrift voor Humanistiek geven blijk van deelname vanuit de stichting Socrates aan het maatschappelijk debat.
In dit verband dient te worden aangetekend dat de waarde van de Socrates-leerstoelen voor de humanistische beweging in Nederland in het algemeen niet ligt in hun betekenis voor de directe belangen van de afzonderlijke organisaties die van deze beweging deel uitmaken en die thans verenigd zijn in de Humanistische Alliantie (2), maar in bijdragen vanuit humanistische gezichtspunten voor de hele Nederlandse samenleving. (3)
Primair moeten de voordelen van de Socrates-leerstoelen uiteraard gelden voor studenten. Voor hen lag de waarde van deze bijzondere leerstoelen traditioneel in hun algemeen-vormende functie en in het tegengaan van een al te eng opgevatte specialisatie. (4) Weliswaar zijn de tijden veranderd en zijn er voor studenten veel meer kanalen gekomen om een bredere intellectuele ontwikkeling te verwerven dan alleen via dit soort facultatieve colleges, maar gezien de belangstelling voor het onderwijs van de Socrates-hoogleraren vervult dat nog steeds die functie. Creativiteit om de studenten aan te trekken is intussen wel een voorwaarde voor succes geworden. Daarnaast participeren Socrates-hoogleraren meer en meer in het reguliere, verplichte onderwijs, waardoor ook grote aantallen studenten worden bereikt.

De opbouw van de stichting Socrates
Hieronder wordt in chronologische volgorde, naar het moment van de eerste vestiging, de geschiedenis van de Socrates-leerstoelen leerstoel voor leerstoel belicht, van de vestiging tot heden. Het verhaal begint bij de Socrates-leerstoel bij de Technische Universiteit Delft (5) uit 1951 en eindigt met die bij de Universiteit voor Humanistiek uit 2002. Aangetekend wordt, dat - achteraf gezien - gesteld zou kunnen worden dat de bijzondere leerstoelen vanwege de stichting Socrates in drie fasen zijn opgebouwd: 1950 tot 1985, 1985 tot 1995 en 1995 tot heden. Per leerstoel kunnen die drie ontwikkelingsfasen van de Socrates-leerstoelen herkend worden, bijvoorbeeld als het gaat om de werving ervoor, die aan het begin van de tweede fase open werd, en als het gaat om de leeropdrachten, die vanaf de tweede fase inhoudelijk breder werden.

1950 - 1985
Aanvankelijk - in de eerste fase van de opbouw - werden humanistische bijzondere leerstoelen gevestigd ten behoeve personen die binnen het Humanistisch Verbond een belangrijke rol op het vlak van de inhoudelijke discussie over humanisme vervulden; humanistische bijzondere leerstoelen werden geschapen of in stand gehouden voor die personen, die zich voor het levensbeschouwelijke humanisme verdienstelijk hadden gemaakt. Gezien de wet van 1905 was dat ook geëigend en legitiem. Van open werving buiten humanistische kringen was geen sprake; daarmee werd pas gestart in 1986, toen een kandidaat gezocht werd voor de Socrates-leerstoel bij Wageningen Universiteit.
Zo werd de eerste Socrates-leerstoel, die bij de Technische Universiteit Delft, gevestigd voor vooraanstaand HV-lid dr. Libbe van der Wal, die dit bijzonder hoogleraarschap vervulde van 1951 tot 1966. (6) Dr. Wim van Dooren, die algemeen secretaris van het Verbond was, volgde hem in dat laatste jaar op. Benoemingen waren ‘bij koninklijk besluit’ en golden toen nog voor het leven. Wim van Dooren heeft de functie inderdaad ook vervuld tot aan zijn te vroege overlijden in 1993. Hij deed dat in zijn vrije tijd, naast zijn aanstelling als gewoon docent aan de wijsgerige faculteit van de Universiteit Utrecht. (7) Van Dooren werd opgevolgd door mr. dr. Paul Cliteur (1994-2003), die onder andere als redacteur van Rekenschap veel publicaties over humanisme op zijn naam had staan. Met Wim van Dooren had hij in 1991 het boek Geschiedenis van het humanisme. Hoofdfiguren uit de humanistische traditie samengesteld (Boom, Meppel / Amsterdam). Na zijn benoeming tot Socrates-hoogleraar is Paul Cliteur ook voorzitter geworden van het Humanistisch Verbond. Al die tijd, dus al sinds 1951, luidde de leeropdracht voor de Delftse Socrates-leerstoel: 'Wijsbegeerte, in het bijzonder in verband met de humanistische levens- en wereldbeschouwing'. Pas in 2003 werd - na het terugtreden van Paul Cliteur die aan de Universiteit Leiden gewoon hoogleraar geworden was - de leeropdracht meer toegespitst op het gegeven dat de Delftse universiteit een technische is, en wel door onder ‘wijsbegeerte’ vooral computerethiek te verstaan. Begin 2004 werd na open werving dr. Jeroen van den Hoven tot Socrates-hoogleraar in Delft benoemd.
De Socrates-leerstoel bij de Universiteit Leiden, die nog steeds de leeropdracht 'Wijsgerige antropologie en de grondslagen van het humanisme' heeft, kwam in 1964 op vergelijkbare wijze tot stand. Deze leerstoel was bestemd voor HV-medeoprichter en -voorzitter gedurende vele jaren, dr. Jaap van Praag. (8) Hij vervulde de taak tot 1980, waarna dr. Marcel Fresco, ook een ‘interne’ humanistische kandidaat, tot zijn emeritaat in 1990 Socrates-hoogleraar in Leiden was. Na hem waren de wervingsprocedures voor de herbezetting van deze bijzondere leerstoel open en traden achtereenvolgens aan: prof. dr. Maarten van Nierop (1990-1993), prof. dr. Frans Jacobs (1994-2000) en prof. dr. Jan Bransen (2000-2003), die allen kort na hun Socrates-benoeming gewoon hoogleraar werden aan een andere universiteit. Frans Jacobs bleef gedurende vijf jaren naast zijn gewoon hoogleraarschap aan de Universiteit van Amsterdam ook Socrates-hoogleraar in Leiden. Daar, bij de Faculteit der Wijsbegeerte, is sinds 2004 prof. dr. Beate Roessler de bijzonder hoogleraar vanwege de stichting Socrates, voor een dagdeel per week.
De derde Socrates-leerstoel is die bij de Universiteit Utrecht. Deze had als leeropdracht 'Sociale en culturele aspecten van het humanisme' en werd vanaf 1972 (tot 1980 als bijzonder lectoraat) vervuld door achtereenvolgens prof. dr. Anton Wichers die algemeen secretaris van het Humanistisch Verbond was (1972 - 1985), en door oud-HV-voorzitter prof. dr. Rob Tielman (1987-1995). In 1995 werd de leeropdracht voor de Utrechtse Socrates-leerstoel veranderd in 'Humanisme, in het bijzonder welzijn' en trad dr. Ruut Veenhoven daar aan als Socrates-hoogleraar (tot 2002). In 2004 werd mede op voorstel van Socrates-bestuurder prof. dr. Rosemarie Buikema de leeropdracht opnieuw veranderd, en wel in 'Politieke en culturele reconstructie vanuit humanistisch perspectief'. Centraal staan daarbij processen van verzoening en wederopbouw in landen die verwikkeld waren in (burger-)oorlogen, met name in het voormalig Joegoslavië, alsmede thema’s als mensenrechten en genocide. In juli 2005 werd dr. Bob de Graaff op dit terrein tot Socrates-hoogleraar benoemd, voor vijf jaren, voor een dagdeel per week.

1985 - 1995
Er brak een tweede fase in de opbouw van de Socrates-leerstoelen aan, toen het Congres van het Humanistisch Verbond in de eerste helft van de jaren 1980 aan het bestuur van de stichting Socrates de opdracht gaf bijzonder leerstoelen te vestigen bij alle openbare universiteiten in Nederland, zonder die nieuwe bijzondere leerstoelen te bestemmen voor vooraanstaande humanistische theoretici. Het toenmalige Socrates-bestuur nam deze nieuwe taak voortvarend ter hand en vestigde al in 1986 bij Wageningen Universiteit de bijzondere leerstoel 'Humanistische wijsbegeerte, in het bijzonder met betrekking tot de relatie tussen mens en natuur'. Hoewel deze (nog steeds bestaande) leeropdracht misschien anders suggereert, staat niet ‘humanistische wijsbegeerte’ centraal, maar de milieufilosofie. Voor deze Socrates-leerstoel werden - voor het eerst door middel van open werving - achtereenvolgens prof. dr. Hans Achterhuis (1988-1991), prof. dr. Wouter Achterberg (1991-2002) en prof. dr. Marcel Wissenburg aangetrokken, allen van buiten de humanistische beweging, maar uiteraard met aantoonbare affiniteit met het humanisme. Tot zijn droeve overlijden in 2002 vervulde Wouter Achterberg zijn Wageningse Socrates-hoogleraarschap meer dan tien jaren. Marcel Wissenburg werd in 2004 in Wageningen benoemd, voor een dagdeel per week. Hij hield zijn oratie in maart 2005. Vele jaren was de Wageningse Socrates-leerstoel binnen de Nederlandse humanistische beweging de enige plek, waar systematisch aandacht werd besteed aan de milieu-problematiek.
35 jaar na de oprichting van de stichting Socrates, in 1986, waren er dus vier Socrates-leerstoelen. In minder dan tien jaar tijd zouden er daaraan vervolgens vijf worden toegevoegd, alsmede deelneming aan de cursus ‘Cultuurfilosofie vanuit levensbeschouwelijke perspectieven’ van de Open Universiteit. Socrates-bestuurders als dr. Arie den Broeder, prof. dr. Han Moll en prof. mr. Madzi Rood-de Boer trokken tussen 1986 en 1995 enthousiast van universiteit naar universiteit om er te onderhandelen over de vestiging van een Socrates-leerstoel. In 1989 slaagden zij daarin op drie plaatsen: bij de Universiteit Maastricht, de Universiteit Twente en de Universiteit van Amsterdam.
De Socrates-leerstoel in Maastricht werd gevestigd in de periode waarin deze universiteit nog faculteit voor faculteit werd opgebouwd. Van de stichting Socrates werd gevraagd een vernieuwend en uitdagend thema te kiezen voor de leeropdracht. Het werd 'Humanistische visies op mens en computer', lang voor de tijd dat internet en e-mail voor het grote publiek beschikbaar kwamen. Begin 1991 werd dr. Henk Visser op deze post benoemd, voor een dagdeel per week. Hij werd verschillende malen herbenoemd en bleef tot zijn emeritaat in 2004 Socrates-hoogleraar in Maastricht. (De Maastrichtse Socrates-leerstoel werd overigens na zijn plotselinge overlijden genoemd naar initiatiefnemer en Socrates-bestuurder Han Moll.)
Voor de Twentse Socrates-leerstoel, die ook dateert uit 1989, werd als leeropdracht 'Politieke filosofie, in het bijzonder de humanistische bezinning op politiek-maatschappelijke vraagstukken’ gekozen. Na een open werving kon dr. Jos de Beus hier als Socrates-hoogleraar aantreden (1991-1995). Jos de Beus werd na zijn benoeming tevens hoofdredacteur van het Socrates-blad Rekenschap. Na het aanvaarden van een gewoon hoogleraarschap aan de Rijksuniversiteit Groningen werd hij in 1996 opgevolgd door prof. dr. Annemarie Mol, die na herbenoemingen nog steeds een dag per week voor de stichting werkzaam is bij de Universiteit Twente. De leeropdracht is in 1995 aangescherpt tot: 'Politieke filosofie, in het bijzonder de humanistische bezinning op politiek-maatschappelijke vraagstukken als gevolg van de invloed van techniek en technologie op de samenleving'. Dit, omdat zo het werk van de Socrates-hoogleraar nog meer in lijn zou zijn met het onderzoek en het onderwijs van de rest van de capaciteitsgroep, waar deze bijzondere leerstoel gevestigd was en is.
Bij de Universiteit van Amsterdam werd in 1989 de Socrates-leerstoel ‘Ethische aspecten van de gezondheidszorg, in relatie met de humanistische levens- en wereldbeschouwing’ gevestigd, hetgeen samenhing met het feit dat er bij deze universiteit nog geen gewone leerstoel medische ethiek bestond. Na open werving traden achtereenvolgens de Socrates-hoogleraren prof. dr. Govert den Hartogh (1992 - 1995) en prof. dr. Theo van Willigenburg (1996 - 1999) aan. Met hun succesvolle cursussen zorgden zij ervoor dat medische ethiek (vanuit humanistisch perspectief) in korte tijd een verplicht vak werd voor alle medische studenten van de Universiteit van Amsterdam. Toen Theo van Willigenburg terugtrad als Socrates-hoogleraar in Amsterdam om gewoon hoogleraar te worden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, stelde de Universiteit van Amsterdam dat zij zelf door middel van een gewoon hoogleraarschap de medische ethiek voor medicijnen-studenten ter hand zou nemen en het betreffende Socrates-hoogleraarschap dus geen functie meer zou hebben. Het Socrates-bestuur is toen op zoek gegaan naar een mogelijkheid om bij de Universiteit van Amsterdam op een ander belangrijk maatschappelijk terrein een bijzondere leerstoel te vestigen, en die is gevonden: in 2002 kon de nieuwe leerstoel 'Filosofie en ethiek in de levenswetenschappen, vanuit humanistisch perspectief' worden gevestigd en in 2003 werd, na een open werving, prof. dr. Johan Braeckman voor vijf jaren tot Socrates-hoogleraar bij de Universiteit van Amsterdam benoemd. Johan Braeckman is ook redacteur van het Tijdschrift voor Humanistiek geworden. Govert den Hartogh werd na zijn Socrates-hoogleraarschap bij de Universiteit van Amsterdam bestuurslid van de stichting Socrates en voorzitter van de gezamenlijke commissies van toezicht op de Socrates-leerstoelen (‘Curatorium-voorzitter’).
Al voor de officiële oprichting van de Open Universiteit in 1984 ondernamen de stichting Socrates, de Radboudstichting en de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte pogingen om bij deze universiteit een bijzondere cursus te realiseren als equivalent van een bijzondere leerstoel. In verband met de hieraan verbonden financiële aspecten moest daar hard aan getrokken worden, onder andere met briefwisselingen met de minister van onderwijs en wetenschappen en met de Tweede Kamer. Begin 1991 kon eindelijk begonnen worden aan het daadwerkelijk opzetten van de schriftelijke cursus ‘Cultuurfilosofie vanuit levensbeschouwelijke perspectieven’ van de Open Universiteit door de drie genoemde zusterinstellingen. De eerste versie van deze leergang was duidelijk nog een product van alleen die drie instanties, maar bij de laatste editie ervan is gelukkig een breder spectrum van levensbeschouwelijke organisaties betrokken geweest. De Socrates-hoogleraren Wim van Dooren, Paul Cliteur, Henk Visser en Annemarie Mol (sinds december 2004) traden in de loop der jaren op als humanistisch referent bij de cursus. Als coördinator was en is Radboud-hoogleraar prof. dr. Edith Brugmans een van de drijvende krachten achter deze OU-leergang.
Ook de onderhandelingen die Socrates-bestuurder Han Moll over de vestiging van een Socrates-leerstoel bij zijn eigen universiteit voerde, de Erasmus Universiteit Rotterdam, waren succesvol: in 1991 werd daar de leerstoel 'Kunst en samenleving in humanistisch perspectief, in het bijzonder de geschiedenis en actuele vormen van cultuurkritiek en cultuurpolitiek' gevestigd. Van 1993 tot 1999 was dit, na open werving, het domein van prof. drs. Adriaan van der Staay, die toen directeur was van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Adriaan van der Staay ontving later de Van-Praag-Prijs van het Humanistisch Verbond, onder andere in verband met zijn internationale inspanningen ten behoeve van het humanisme. Hij werd in 1999 na open werving opgevolgd door prof. dr. Heleen Pott, die de stichting Socrates ook nu nog voor een dagdeel per week bij de Erasmus Universiteit Rotterdam vertegenwoordigt als bijzonder hoogleraar.
Fase twee in de opbouw van de bijzondere leerstoelen vanwege de stichting Socrates werd afgesloten met de vestiging in 1994 van een bijzondere leerstoel bij de Rijksuniversiteit Groningen (bij de theologische faculteit) op het gebied van ‘Ethiek van de zorg, vanuit humanistisch perspectief’. Deze ‘zorg-ethische’ Socrates-leerstoel was in zekere zin bedoeld als aanvulling op de Amsterdamse Socrates-leerstoel op het gebied van de medische ethiek. Na open werving kon in 1995 prof. dr. Marian Verkerk op deze post benoemd worden als Socrates-hoogleraar. Marian Verkerk is na deze benoeming ook voorzitter geweest van het Humanistisch Verbond. In 2002 werd zij gewoon hoogleraar op het gebied van de zorg-ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen (in de medische faculteit), hetgeen betekende dat het voor de stichting Socrates niet zinvol was haar vacature te bezetten door opnieuw een bijzonder hoogleraar zorgethiek aan te stellen, hoe belangrijk deze thematiek ook is. Gekozen werd in 2003 voor een nieuwe leeropdracht: 'Professionele Ethiek, vanuit humanistisch perspectief'. Na open werving werd in 2004 voor vijf jaren mr. dr. Anne Ruth Mackor op deze post benoemd, voor een dagdeel per week. Voor haar oratie staat de datum van 1 november 2005.

1995 - heden
Met het woord consolidatie kan de derde fase in de opbouw van de Socrates-leerstoelen gekenschetst worden. De Socrates-bestuurders onder de voorzitterschappen van prof. dr. Peter Derkx en prof. dr. Henk Manschot hadden in de jaren na 1995 hun handen vol aan herbezettingen via open werving, evaluaties en herbenoemingen, aanpassingen in leeropdrachten en procedureel lang lopende her-vestigingen van de Socrates-leerstoelen bij de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht. Verder werd in deze periode op initiatief van Socrates-bestuurder drs. Pieter Fokkink de wijze waarop toezicht op het functioneren van de bijzondere leerstoelen werd gehouden, ingrijpend veranderd. Er werden namelijk per bijzondere leerstoel commissies van toezicht (curatoria) ingesteld, terwijl eerder alle bijzondere leerstoelen onder één toezichthoudend college stonden.
Verder werden er na 1995 nog twee nieuwe bijzondere leerstoelen gevestigd. Bij de Technische Universiteit Eindhoven, de laatste openbare universiteit waar de stichting Socrates nog niet vertegenwoordigd was, mocht in 2000 de bijzondere leerstoel 'Filosofie en ethiek van bio-engineering, vanuit humanistisch perspectief' worden ingesteld. Daarmee was de opdracht van het Congres van het Humanistisch Verbond aan de stichting Socrates uit de eerste helft van de jaren 1980 na grote inspanningen van de vrijwillige Socrates-bestuursleden eindelijk voltooid. Na een open werving werd in 2001 op deze post in Eindhoven dr. Klasien Horstman aangesteld, voor een dag per week.
Niet zo lang na de oprichting van de Universiteit voor Humanistiek (UvH) in 1989 werd aan het Socrates-bestuur de vraag voorgelegd, of de stichting ook een bijzondere leerstoel zou willen vestigen bij deze universiteit. Het antwoord was ontkennend: dat zou zoiets zijn als ‘water naar de zee dragen’. Van dat standpunt werd afgestapt, toen zich in 2002 voor de stichting Socrates de mogelijkheid aandiende om bij de UvH een bijzondere leerstoel op het gebied van 'Humanisme en Islam, in het bijzonder met betrekking tot mensenrechten, burgerschap en samenleving' te vestigen (aanvankelijk als wisselleerstoel) en op die post de internationaal bekende prof. dr. Nasr Abu Zayd te benoemen. Het maatschappelijk belang van deze bijzondere leerstoel (en de faam van prof. Abu Zayd) was te groot om aan het oude standpunt van ‘water naar de zee dragen’ vast te houden. De stichting is derhalve ingegaan op deze mogelijkheid en in 2002 werd prof. dr. Nasr Abu Zayd op deze post benoemd. Hierbij speelde ook mee, dat de stichting Socrates en de UvH na 1995 veel dichter bij elkaar waren gekomen en deze vorm van samenwerking bij uitstek paste bij de doelstellingen van de in 2001 opgerichte Humanistische Alliantie. Deze Socrates-leerstoel bij de UvH is ‘Ibn Rushd-leerstoel’ genoemd, naar de Arabische filosoof uit de twaalfde eeuw.

Perspectief
Vrijwel alle Socrates-hoogleraren hielden bij hun aantreden een inaugurele rede en sommigen bij hun terugtreden ook een afscheidsrede. Enkele markante titels van Socrates-oraties zijn: Humanisme zonder arrogantie; modern humanisme en ecocentrisme (Wouter Achterberg, 1992), Van moeder aarde tot ruimteschip: humanisme en milieucrisis (Hans Achterhuis, 1990), Economische gelijkheid en het goede leven (Jos de Beus, 1992), Dat kunnen we zelf wel! over humanisme en het vermogen onszelf te corrigeren (Jan Bransen, 2001), Onze verhouding tot de apen; de consequenties van het Darwinisme voor ons mensbeeld en voor de moraal (Paul Cliteur, 1995), Op de klippen of door de vaargeul? de omgang van de historicus met (genocidaal) slachtofferschap (Bob de Graaff, 2006), Kun je een zygote liefhebben; over de waarde van het leven en de grenzen van de morele gemeenschap (Govert den Hartogh, 1993), Nooit meer ziek; publieke en professionele verantwoordelijkheid voor bio-medical engineering (Klasien Horstman, 2002), Wat is kiezen? Een empirisch-filosofische verkenning (Annemarie Mol, 1997), De hogere domheid van de libertijn; humanisme tussen Verlichting en postmoderniteit (Maarten van Nierop, 1991), Survival in het mensenpark; over kunst, cyborgs en posthumanisme (Heleen Pott, 2000), De les van Plantijn (Adriaan van der Staay, 1994), Leefbaarheid van landen (Ruut Veenhoven, 1996), Mijnheer, heb ik met u een zorgrelatie? Over ethiek, over zorg en over een ethiek van de zorg (Marian Verkerk, 1995), Ethiek: denken tegen het vooroordeel; over verborgen moralismen en rationaliteit (Theo van Willigenburg, 1996).
Uit deze willekeurige opsomming blijkt dat met de toespitsing van de Socrates-leeropdrachten naar uiteenlopende belangrijke maatschappelijke probleemvelden de humanistische uitgangspunten van de stichting een veel bredere invulling gekregen hebben dan in de beginjaren van de stichting gangbaar was. Het gaat nu van medische en zorg-ethiek naar milieufilosofie, beroepsethiek en Screbrenica. En binnen het scala van thema’s dat zij behandelen, geven de Socrates-hoogleraren niet alleen verschillende antwoorden, maar stellen zij ook afwijkende vragen. Deze ‘uitwaaiering’ levert geen vervlakking in visies op, maar juist de voor de stichting Socrates kenmerkende diepgang: keer op keer wordt getoond dat problemen eigenlijk altijd complexer zijn dan ze lijken, altijd een diep wortelende geschiedenis hebben en altijd verbonden zijn met wijdere maatschappelijke, morele en levensbeschouwelijke vragen, of het nu gaat om de zorg, Nietzsche, geluk, de computer, Darwin, TBS of de islam. Dit toont de vitaliteit van de humanistische denktank, die de stichting Socrates is.
Anderzijds: dat is allerminst een garantie gebleken voor een sterke profilering van de stichting binnen de humanistische beweging in Nederland en nog minder in de Nederlandse samenleving. Aan die profilering van de stichting Socrates zal in de komende jaren hard gewerkt worden.

Noten
(1) Peter Derkx, De (meer)waarde van de Socrates-leerstoelen, interne beleidsnotitie stichting Socrates, 20-4-2001, p. 1 - 2.
(2) Nadere informatie over de Humanistische Alliantie is te vinden op www.human.nl
(3) Peter Derkx, De (meer)waarde van de Socrates-leerstoelen, p. 4.
(4) Idem.
(5) De huidige namen van de universiteiten worden gebruikt en dus niet bijvoorbeeld ‘Technische Hogeschool Delft’, zoals deze instelling in 1951 nog heette.
(6) Over Libbe van der Wal, zie: Marcel F. Fresco, ‘Libbe van der Wal, markant man en humanist’, in: Rekenschap, jrg. 46, 1999, nr. 3 (september), p. 153 - 163, alsmede: P. Cliteur, Humanistische filosofie, Kampen, Kok Agora, 1990.
(7) Over Wim van Dooren, zie: Themanummer van De As (nummer 108), ‘Wim van Dooren - filosoof, humanist, anarchist’, jrg. 22, najaar 1994, alsmede: P. Cliteur, Humanistische filosofie.
(8) Over Jaap van Praag, zie: P. Derkx en B. Gasenbeek (red.), J.P. van Praag. Vader van het moderne Nederlandse humanisme, Utrecht, De Tijdstroom, 1997, alsmede: P. Cliteur, Humanistische filosofie.